J.G. Ballard schreef een boek (en dan nog één)

Ik ging het dus over J.G. Ballard hebben. Mogelijk kent u deze schrijver vooral van de film: Steven Spielbergs Empire of the sun bijvoorbeeld. Of Crash (die over seks tijdens verkeersongelukken, niet die waarin Sandra Bullock van de trap valt.) Wel, in de Permeke-bibliotheek waren twee titels beschikbaar. Millennium-mensen en Cocaïnenacht. Ik begon met de eerste.

Wil je de korte inhoud? Hou je vast. Wanneer er iets naars gebeurt met een dierbare, wil de ik-figuur, een man van middelbare leeftijd, weten wat er aan de hand is. Snel beseft hij dat de daders moeten gezocht worden in zijn eigen kringen, die van de hogeropgeleide middenklasse. Hij raakt verzeild in een soort sekte, geleid door een goeroe met een sportief voorkomen en zijn verleidelijke adjudante. Ondanks het feit dat hij zich als een – niet al te snuggere – toeschouwer gedraagt, wint hij hun vertrouwen. Hij raakt bevriend met de goeroe, heeft lekkere seks met de adjudante en raakt verstrikt in een kluwen van intriges.

Meer verklap ik niet van de plot van Millennium-mensen. Wacht… Ik bedoel… Meer verklap ik niet van de plot van Cocaïnenacht. Of toch niet… Warempel, de plot van beide boeken is gewoon identiek.

In Millennium-mensen heet de ik-figuur David Markham. Wanneer zijn ex omkomt in een bomaanslag, gaat deze ervaren psycholoog op onderzoek uit. Al snel infiltreert hij in een groep anarchisten onder de charismatische leiding van dokter Richard Gould. Samen met de verleidelijke Kay Churchill en een handvol trawanten wil hij de middenklasse bevrijden van de ketens van de consumptiemaatschappij. Maar hun campagne loopt volledig uit de hand.

In Cocaïnenacht heet de ik-figuur Charles Prentice. Wanneer zijn broer opgepakt wordt voor vijfvoudige moord, reist deze journalist af naar de Spaanse badplaats Estrella del Mar. Al snel leert hij de charismatische tenniscoach Bobby Crawford kennen. Samen met de ravissante dokter Paula Hamilton en een handvol trawanten wil hij de halfcomateuze bewoners van de badplaatsen uit hun lethargie bevrijden. Maar hun campagne loopt volledig uit de hand.

Van Ballards roman Super-Cannes ken ik enkel de korte inhoud. Het handelt over een mysterieuze moord in een enclave van hogeropgeleide werknemers aan de Rivièra. Ik denk niet dat ik hem nog hoef te lezen.

Iets anders nu. In 2005 verscheen De vermiste wereld, de laatste roman van Alstein. In een interview stelde Frank Hellemans dat de auteur allesbehalve een veelschrijver was. Alstein beaamde en zei: “Een schrijver maakt een verhaal over de liefde tussen een man en een vrouw ergens in Bretagne. Nadien schrijft hij een liefdesverhaal over twee vrouwen in de Auvergne, gevolgd door een romance tussen twee mannen in de buurt van Lyon.” Daarmee citeerde hij in feite Marguerite Yourcenar, die er de herhalingsdwang van sommige auteurs mee aan de kaak wilde stellen. En dat hij toch niet elke twee jaar hetzelfde boek ging maken.

J.G. Ballard is een groot schrijver, en een aantal van zijn boeken heb ik graag gelezen. Maar de man had beter naar Alstein geluisterd.

J.G. Ballard en het OLVE-college

Was het omwille van de stapels rampspoedromans waarop we tegenwoordig getrakteerd worden? Of omdat de schrijver in Shanghai opgroeide, net zoals mijn petekind A(‘tje) daar momenteel zijn kindertijd aan het beleven is? Hoe dan ook, onlangs besloot ik het oeuvre van de Brit James Graham Ballard te gaan herontdekken.

Ik leerde J.G. Ballard kennen toen ik nog een braaf scholiertje was aan het Edegemse Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdescollege. Tussen haakjes, OLVE staat bekend als een oerdegelijk, katholiek college waar knapen klaargestoomd worden voor de rol die ze later in de maatschappij te vervullen hebben. Het college heeft dekselse rechtse rakkers afgeleverd als CD&V-politicus Koen Snyders – die jarenlang de burgemeesterssjerp van het intussen kapot verkavelde Edegem heeft mogen omgorden – en Bart De Wever, die ándere burgemeester. Tegelijk, en dat mag u het college niet kwalijk nemen, zitten er tussen de oud-studenten ook van die elitaire, uit-de-subsidieruif-etende kunstenaarstypes, mensen als regisseur Hans Herbots, cabaretier Wim Helsen, multitalent Dimitri Leue en schrijver Ivo Victoria (die zijn collegejaren beschreef in Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won). Doch dit geheel terzijde.

In de kelders van het college hadden bevlogen leraren een fraai Engelse bibliotheekje ingericht. In die tijd was ik een gretige sciencefictionlezer, en omdat de eerste romans van Ballard over postacypo… postapocyla… dystopische werelden handelden, kwam zijn roman The Crystal World in mijn turnzak terecht.

In diezelfde periode leerde ik overigens ook Kurt Vonnegut kennen. Vonnegut staat bij veel mensen bekend als een sciencefictionschrijver, en op zijn anti-oorlogsroman Slaughterhouse Five wordt vaak abusievelijk een SF-etiket gekleefd. Mijn toenmalige leraar Engels, Juul Snelders, raadde me aan om een tweetal jaar te wachten met dat boek. Natuurlijk sloeg ik zijn advies in de wind en natuurlijk kreeg ik daar later dik spijt van. Ik kon er geen touw aan vastknopen en moest een waardeloze boekbespreking inleveren.

Trouwens, Juul Snelders – vader van tekenaar Jeroom – was de alternatieveling in het lerarenkorps én met voorsprong de beste leraar waar ik in het college les van heb mogen krijgen.

Drommels, met al die terzijdes ben ik de essentie uit het oog verloren. Wat ik ook over J.G. Ballard wilde vertellen, het zal voor volgende keer zijn.

over writer’s block

Drie films en hun korte inhoud. Wees gerust, ik verklap het einde niet.

Ruby Sparks – Paul Dano speelt een jonge schrijver die – na het doorslaande succes van zijn debuut – geen letter meer op papier krijgt. Hij klooit wat rond in zijn veel te minimalistisch aangeklede huis, gaat fitnessen met zijn broer en voert oeverloze gesprekken met zijn psychiater. Tot hij ontwaakt uit een droom over een ontmoeting met een mooie, jonge vrouw. Hij springt uit bed, loopt naar zijn bureau en hamert pagina na pagina uit zijn schrijfmachine.

Wonder Boys – Michael Douglas is een professor/schrijver. Overdag doceert hij creatief schrijven, ’s avonds geeft hij drankfeestjes in zijn living. Tussen de slemppartijen door probeert hij zijn tweede roman af te werken. Jammer voor hem krijgt hij – jawel – geen letter op papier en zwerft hij voornamelijk in peignoir rond.

The Shining – Jack Nicholson sleept zijn vrouw en zoontje mee naar een gesloten hotel in de bergen van Colorado. Wellicht bent u het vergeten – u herinnert zich vooral dat jongetje op zijn driewieler, die meisjestweeling die u tot op de dag van vandaag de stuipen op het lijf jaagt en wat voor een irritant mens Shelley Duvall wel was – maar alvorens Jack met een bijl aan de slag ging, was hij een schrijver die kampte met een writer’s block.

Voor de vuist weg vallen er nog een rist andere titels aan dit lijstje toe te voegen – Adaptation, Barton Fink, om nog maar te zwijgen over de strapatsen van David “Hank Moody” Duchovny in Californication. Om het met Jeroen Olyslaegers te zeggen: “Niets zo cinematografisch verantwoord als een schrijfkramp.” Als Hollywood een schrijver laat opdraven, dan staart hij zich gegarandeerd te pletter op de leegte van het witte blad. De remedie is nochtans simpel. Als Jack Nicholson nu gewoon met pen en papier en een thermos koffie aan de keukentafel was gaan zitten, zijn hoofd had leeggemaakt en zijn schrijfritme had hervonden, dan waren er geen slachtoffers gevallen. Maar dan hadden we in de zaal zitten kijken naar een krabbelende, schrappende, puffende en blazende, neuspeuterende, zijn gelaatstrekken in allerhande bochten wringende figuur die we enkel zouden zien opstaan om naar het toilet te rennen zodra de laxerende werking van de koffie intrad.

Kortom, leve de man of vrouw die de schrijfkramp uitvond, alleen heeft het weinig uitstaans met de werkelijkheid.

Toegegeven deel één, in Misery valt er geen writer’s block te bespeuren, maar James Caan krijgt wel een houtblok tussen zijn benen gepropt net voor de sloophamer er aan te pas komt. Toegegeven deel twee, zowel Wonder Boys als The Shining zijn verfilmde romans van respectievelijk Michael Chabon en Stephen King. Voor auteurs die over het vermaledijde writer’s block schrijven, hebben ze echter behoorlijk wat titels op hun palmares.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
Facebook
Instagram