mannen met geweren

‘Nonkel Dimitri, je moet oppassen voor de mannen met geweren.’

Mijn zuster woont met haar echtgenoot en zoontje in Shanghai. Elke week skypen we met elkaar. Eerst praat ik de voorbije week door met mijn zus, daarna vertel ik een verhaaltje aan mijn petekindje. Het maakt niet uit waarover de vertelling gaat, zolang de leeuwenkoning en zoon Simba er maar in voorkomen, want dat zijn z’n helden du jour. Afgelopen zondag, toen het verhaaltje verteld was en we afscheid namen, wilde hij nog één ding kwijt: dat ik moest oppassen voor mannen met geweren. Net vier geworden en al weet hebben van mannen met geweren. Het brak mijn hart.

Ik ben geen helikopternonkel – mocht de term al bestaan – en ik weet dat je een kind niet mag overbeschermen, maar ik had mijn petekind liever geadviseerd hoe hij reuzen of heksen te slim af moest zijn, of hoe hij een draak moest temmen. Tegen mannen met geweren staat mijn verbeelding machteloos.

Toen Kurt Vonnegut – ja, hij weer – aan zijn oud-legermakker Bernard O’Hare vertelde dat hij een boek ging schrijven over hun krijgsgevangenschap in Dresden, schoot Bernards vrouw in een Franse colère. ‘You were just babies in the war!’ riep ze uit. ‘But you’re not going to write it that way, are you? You’ll pretend you were men instead of babies, and you’ll be played in the movies by Frank Sinatra and John Wayne or some of those other glamorous, war-loving, dirty old men.’ Vonnegut nam haar woorden ter harte. Het boek heet voluit Slachthuis 5 of de kinderkruistocht. Hoe bedoel je, je hebt het nog niet gelezen?

Aleppo 2013 – 68 jaar na Dresden, 800 jaar na die Kinderkruistocht waar Thea Beckman ooit een boek aan wijdde. Vaders rouwen om de kapotte kinderlijfjes in hun armen. Vaders zoeken naar hun ten strijde getrokken zonen op het slagveld (zonen die nauwelijks uit de pubertijd zijn). Kinderen verplegen gewonde vaders in onderbemande ziekenhuizen. Hoe moeten die mensen ginder hun kinderen nog troosten als ze ’s nachts ontwaken uit een nachtmerrie? Dat het tentakelmonster onder hun bed niet bestaat? Wanneer staetsmenschen ten oorlog wenschen te trekken, dient men de kleyn mannen in de vuerlinie te plaetschen – het is een ongeschreven regel die al eeuwen meegaat.

Allemaal dingen die door mijn hoofd schoten toen dat vierjarige knulletje me voor onheil wilde behoeden. Ik heb hem gezegd dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Dat het in België al bij al meeviel met de mannen met geweren. Wat kon ik anders?

ocharme Murakami

 

Of ik een luisterboek wilde komen inspreken. De vraag kwam van Luisterpuntbibliotheek, een organisatie die zogeheten Daisy-boeken beschikbaar stelt voor mensen bij wie de ogen niet meer mee willen, of voor wie een boek vasthouden lastig wordt. Luisterpuntbib streeft ernaar om minstens één boek uit een oeuvre door de schrijver zelf te laten inspreken, en ja, dat geldt ook voor hakkelende exemplaren die hun Antwerps accent amper kunnen verhullen. Of ik een luisterboek wilde inspreken?Natuurlijk wil ik dat! Hoe meer lezers, hoe beter (al dienen we hier technisch gesproken van luisteraars te spreken.) Een prima initiatief, eentje waar een uitroepteken bij past. Nog voor ik wist hoe zoiets praktisch in zijn werk ging, en hoeveel verlofdagen ik zoal diende op te nemen, had ik al bevestigd.

Ik kreeg te horen dat de klus in vier sessies geklaard zou kunnen worden, zestig pagina’s per sessie. God zij dank, dacht ik nog, dat De steek van de schorpioen slechts 240 pagina’s telt. (En ook wel: ocharme Murakami als Luisterpuntbib hem ooit opbelt voor zijn Opwindvogelkronieken). We legden agenda’s bijeen, en afgelopen dinsdag toog ik naar Laken voor het eerste inspreekmoment.

En arriveerde prompt te laat. Dat heb je als je in Brussel-Noord op een IC in plaats van een omnibus stapt, en dus niet in station Bockstael kan afstappen. Enfin, zo ben ik ook ’s in Dendermonde geweest. De Luisterpuntbibmevrouw luisterde attent naar mijn excuses, voerde me koffie en duwde me een studiootje in. Drie uur later mochten mijn okselvijvers en ik er weer uit. Mijn oren gloeiden van de hoofdtelefoon, mijn keel was schor en mijn tong had al die moeilijke woorden van die “strekenschrijver” hartgrondig verfoeid, maar de eerste zestig pagina’s waren een feit.

De Luisterpuntbibmevrouw gaf geen feedback maar reageerde wel enthousiast op de hoofdstukken die zich in Argentinië afspeelden – op Ushuaia na had zij er net dezelfde plekken als ik bezocht, en ze was er net zo hard van onder de indruk. Een gelukkig toeval. Zo konden we het daarover hebben, en hoefde ik me niet uit te putten in excuses voor al die keren dat ze de opnames had moeten onderbreken omdat ik het over een “neusheurn” had.

Nooit gedacht nog ’s kennis te kunnen maken met mijn personages. Welke schrijver herleest ook zijn eigen boeken?

schorpioenen, slapstick en Marcel Kiekeboe


Twee maand geleden werd De steek van de schorpioen in De Kleine Hedonist voorgesteld. Sindsdien is er niet zo veranderd. De buitentemperatuur is nog steeds aan de lage kant. Ik maak nog steeds te veel spelingsfouten. Op één staan Goedele, Annelies en Hanne in een nieuw decor, dat wel ja. En het boek werd intussen ook gelezen en gekeurd. Een eerste balans.

De eerste recensie was meteen de kortste: Dag Allemaal – “…een komisch boek.”

De tweede kwam uit onverwachte hoek, met name van de Nederlandse omroep RKK. RKK staat voor Rooms-Katholieke Kerkprovincie, en de recensente wilde in de eerste plaats weten of ik mijn huiswerk had gemaakt. Naar mijn smaak verklapt ze iets te veel van de plot, maar dankzij haar kwam ik te weten dat kardinaal Danneels dezelfde alias als een fictieve paus in mijn boek zou hebben gekozen, mocht hij het ooit tot kerkvader hebben geschopt. Haar oordeel: “Bontenakel is goed thuis in het katholieke milieu” … “Het verhaal heeft voldoende vaart, maar eindigt in een ietwat potsierlijke ontknoping” (de volledige tekst lees je hier al moet ik daarbij wel dit bordje hangen: spoiler alert!)

Film- en literatuurrecensent André Oyen op Ansiel.cinebelblogs.be – “een noir die mooi gedoseerd is in humor en tristesse” (lees meer hier)

Crimezone.nl – “een waanzinnige geschiedenis met slapstickelementen, afgewisseld met prachtige metaforen en harde misdaad, met een fikse knipoog naar zijn eigen vakgenoten” (lees meer hier)

De Nederlandse cultuursite 8weekly.nl – “absurde en komische personages, al blijven het zo wel flat characters” … “Bontenakel kiest voor een eigen stijl door de traditionele schelmenroman nieuw leven in te blazen” (lees meer hier)

De Standaard der Letteren kopte Tussen Tarantino en Kiekeboe – “een uitwaaierende genre-oefening rond de roman noir, zonder pretentie maar ook zonder veel diepgang” (meer op de blog van Mark Cloostermans) 

O ja, en ik schopte het tot een eervolle vermelding op balkanboeken. Sven Peeters is veel dingen maar op zijn blog profileert hij zich in de eerste plaats als Balkankenner, en één van zijn op stapel staande projecten is een roman die de werktitel Balkanmeisje draagt. Wel, op de foto boven dit stukje staat zo’n Balkanmeisje.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
Facebook
Instagram