fortuinlijke mensen

Wij dus naar Krakau. Wij, dat zijn auteurs Annmarie Sauer, Peter Theunynck, Johan de Boose en mezelf. Dinsdagochtend vertrokken we in alle vroegte en om halfdrie stonden we in het oude centrum, waar ik mocht vaststellen dat het Poolse stadje wat weg had van Ljubljana, en ook wel van Sarajevo, zij het dan zonder de oorlogslittekens. We hadden enkele uren de tijd om de stad te verkennen, en dat deden we onder een stralende zon – vorige week zat Polen aan de juiste kant van de straalstroom. Het Planty-park dat het oude centrum met groen omkranst, de Rynek Glówny met haar Mariakerk en haar Raadhuistoren, de imposante Wawelburcht. In de Kazimiersk-wijk rook het naar pijptabak, de bulderende trams waren gebouwd in Brugge, het bier wordt er in halve liters geserveerd. Eén advies: blijf weg uit de lakenhal: de smeedijzeren lichtarmaturen zijn slechts een lokmiddel, uitgezet door snode souvenirventers – een beetje zoals die lantaarnhengelvis de kleine Nemo in zijn bek wilde lokken met dat biolampje op zijn kop.

Enfin, genoeg voor toeristische gids gespeeld. We waren hier tenslotte niet voor ons plezier, maar voor het tweejaarlijkse PEN & ICORN-congres, dat plaatsvond in het Manggha-museum aan de oevers van de Wyslaw. PEN International verenigt auteurs die ijveren voor vrije meningsuiting en zich inzetten voor vervolgde schrijvers, het International Cities of Refuge Network verenigt steden en regio’s overal ter wereld met hetzelfde doel. Voor de geïnteresseerden: www.penvlaanderen.be en www.icorn.org. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet om een overgesubsidieerde, uit de staatsruif schransende dinner club maar een stel georganiseerde idealisten die vanuit hun comfortabele positie in het min of meer vrije westen een steentje willen bijdragen.

Dinsdagavond trapte Timothy Garton Ash het congres af in de aula van het Jaglonski College, waar de geborstelde versie van paus Johannes Paulus II welwillend op hem neerkeek. Ash besloot zijn speech met de woorden: speak openly but with civility – waardevol advies voor menig forumvlaming. Woensdag, donderdag en vrijdag hebben we dan geworkshopt, genetwerkt, geluisterd naar panelgesprekken. Er werd geïnformeerd, getuigd, gediscussieerd, en tijdens de koffiepauze werd er aangeschoven voor de sputterende koffie-automaat en de schaal pateekes, want auteurs zijn ook maar mensen.

Ik luisterde er naar de getuigenis van een Russische journaliste die onderdak had gevonden in Helsinki om er twee jaar lang ongehinderd over moedertje Rusland te kunnen schrijven, en nadien Rusland niet meer binnen kon omdat ze zo succesvol was geweest in haar aanpak. Ik hoorde over verdwenen Mexicaanse en gevangen gezette Turkse jounalisten. Tijdens een panelgesprek over wat de Westerse pers gemakshalve de Arabische lente en winter noemt, waren we getuige van een dispuut tussen een Algerijnse en een Palestijnse auteur – een treffend voorbeeld van hoe gevoelig de kwestie ligt en hoe snel een ongelukkige formulering de lont in het kruitvat kan doen belanden.

Niet alle verhalen kenden een slechte afloop. Veel vervolgde schrijvers of journalisten werden uit hun gevangenissen bevrijd of vonden onderdak in een gastland. Maar omdat de mens het nooit zal kunnen laten elkaar de duvel aan te doen, zal het werk wel nooit voltooid geraken.

Toen ik thuiskwam, beheerste BDW en Zulte-Waregem het nieuws. Het is een zorgeloos land waarin zo’n non-item de voorpagina’s haalt. Wat zijn wij toch fortuinlijke mensen.

eskimohut

We stonden voor het raam te praten. Beerschot en Barcelona waren de revue al gepasseerd toen vriend A mijn boek ter sprake bracht. Hoe hij het ’s avonds in bed had liggen lezen. Hoe hij een spellingfout had ontdekt. Hoe hij uit bed was gesprongen – écht gebeurd – en de trap was afgeteend om het aan zijn tv-kijkende vrouw voor te leggen. Hoe zijn vrouw hem overtuigde dat er wellicht geen sprake was van een spellingfout.

Achteroverleunend in de vensterbank, allang content dat mensen drie maanden na publicatie nog steeds bereid zijn het over mijn boek te hebben, stel ik hem gerust, en vertel dat een collega daar aanvankelijk ook een spellingfout in las.
‘De man die ik dat woord in de mond leg, is een barse Chileense dronkenlap met een gewelddadig verleden,’ legde ik uit. ‘Dat woord paste in zijn woordenschat. Hij zegt dus wel degelijk “zo koud als een eskimokut” en niet “zo koud als een eskimohut”.’

Ik wilde terug naar het behaaglijke achteroverleunen, maar de vrienden waren niet overtuigd. Of ik dat proefondervindelijk had vastgesteld. Ik moest ontkennen. Het noordelijkst gelegen plekje waar ik tot op heden ben geweest, is de James Bay in Canada – Eskimovrouwen zijn in die streek nog niet gesignaleerd.

‘Dus je wilde interessant doen,’ zei vriend A.
‘Ik weet niet. Vinden jullie die vergelijking pretentieus of zo?’ zei ik.
‘Pretentieus, pretentieus, gaan we de interessante uithangen,’ zei vriend B.

Ze besloten dat de vergelijking erover was. Ik beloofde plechtig me voortaan te onthouden van vergezochte vondsten. En als ik in de toekomst nog vrouwelijke lichaamsdelen ter sprake breng, zal ik dat eerst proefondervindelijk vaststellen, desnoods met de gewaardeerde hulp van een gynaecologe.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
Facebook
Instagram