Roger Van de Velde versus de geblinddoekte maagd (1)

Nog niet zo lang geleden schreef ik over John Williams en Richard Yates. Beide schrijvers ontbeerden de lezersaantallen die ze verdienden, beiden stonden ze bekend als a writer’s writer, wat zoveel wil zeggen als: “ik mag het respect van mijn collega’s dan wel op zak hebben, mijn boeken raak ik aan de straatstenen niet kwijt.” Het miskende schrijverschap is natuurlijk geen louter Amerikaans fenomeen. Ook in ons taalgebied zijn er talloze oeuvres in de vergeetput beland. Dat van Roger Van de Velde bijvoorbeeld. Kent u deze schrijver? Zo nee, trek het u niet aan, de man is immers a writer’s writer (zie hierboven). Zo ja, dan bent u oftewel zélf een schrijver oftewel iemand die langdurig met een zekere Erik Vlaminck in contact bent geweest.

Voor zij die het mochten appreciëren, een kennismaking:

Roger Van de Velde (°1925) leek aanvankelijk onder een gunstig gesternte geboren. Willem Elsschot sprak zich positief uit over zijn eerste schrijfsels en nog vóór zijn drieëntwintigste was hij niet alleen getrouwd én vader geworden, maar kon hij ook aan de slag als journalist bij De Nieuwe Gazet. Op dezelfde leeftijd kreeg hij echter met maagproblemen af te rekenen, en het was dit vermaledijde verteringsorgaan dat hem zou opzadelen met een alcoholprobleem en – alsof dat niet genoeg is – met  een joekel van een Palfiumverslaving. Toen deze pijnstiller op de lijst met narcotica terechtkwam, en dus niet meer zonder voorschrift te verkrijgen was, was het al te laat voor Van de Velde. Hij was hopeloos verknocht aan het goedje. Om in zijn behoeften te voorzien, begon hij met doktersvoorschriften te knoeien en liep tijdens een politiecontrole tegen de lamp. Zijn advocaat pleitte ontoerekeningsvatbaarheid. Had de man beter niet gedaan. Het psychiatrisch onderzoek dat daaruit voortvloeide, duurde welgeteld vijfentwintig minuten.

Er kwam wat klassiek klop- en luisterwerk aan te pas met het hamertje en de stethoscoop; mijn curriculum vitae, inclusief de onvermijdelijke kinderziekten en de al even onafwendbare schoolrapporten, werd in vogelvlucht overschouwd; er werd onbescheiden navraag gedaan betreffende mogelijke gevallen van uitgesproken idiotie onder mijn levende en reeds overleden familieleden tot in de derde graad; en nadat ik nog even mijn broek had laten zakken, was de vertoning compleet .
(uit Recht op antwoord)

De psychiater bestempelde Van de Velde als zwaar karaktergestoord en hij werd geïnterneerd. Van de acht jaar die hem nog gegund waren, vertoefde hij er zes in “het mensenreservaat” zoals hij het zelf placht te noemen. Van de weeromstuit begon Van de Velde te schrijven. Omdat gedetineerden niet verondersteld worden te publiceren, schakelde hij zijn echtgenote in om zijn teksten tot bij de uitgever te krijgen.

Dat ik het handschrift van een onschuldig boek, in wekelijkse afleveringen verborgen tussen mijn ondergoed, naar de bezoekzaal heb moeten smokkelen, waar mijn vrouw het op haar beurt met de daver op het lijf tussen haar kleren moest wegmoffelen.
(uit Recht op antwoord)

 Hij debuteerde met Galgenaas in 1966. Zijn debuut bundelde zestien verhalen die zich stuk voor stuk in de gevangenis afspeelden. In 1969 volgden de bundel De knetterende schedels en Recht op antwoord, een pamflet waarin hij te keer ging tegen Vrouwe Justitia.

Veel meer ter zake bevoegde juristen en ook naar rechtvaardigheid hunkerende literatoren hebben herhaaldelijk wraakroepende wantoestanden aangeklaagd om na verloop van tijd doorgaans ontmoedigd tot de vaststelling te komen dat die geblinddoekte en kennelijk frigide maagd met haar slecht geijkte balans geen spier op haar marmeren gelaat vertrekt als men haar nijdig tegen de marmeren schenen schopt.
(uit Recht op antwoord)

 

(wordt vervolgd)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.