weekberichten – over dode, levende en slempende acteurs

maandag 24 april: kartonnen dozen
Het boek ligt drie maand in de rekken intussen, de voorstellingen – in prachtboekhandels Barbóék, De Groene Waterman, Limerick en Boekuil – zijn achter de rug, de recensies geschreven. Hoog tijd voor een opruimactie en all things Schaduw en vuur van een prominente plek in het schrijfhok naar een minder prominente plek in het schrijfhok te verhuizen. Ik heb geen papierfetisj – er zijn al stapels typoscripten, aantekeningen en kattebelletjes naar het handgeschepte Hiernamaals verscheept – maar ben het wél aan mezelf verschuldigd om één exemplaar van elke versie achter de hand te houden. Op zoek naar een geschikte kartonnen doos dus om dit torentje van zes versies in te huisvesten.

woensdag 26 april: slecht jaar voor Alien-acteurs
De barnumcampagne voor Alien: Covenant is afgetrapt. Zet – zoals ik vandaag deed – een voet op Youtube en je wordt om de oren geslagen met teaser trailers, official trailers, proloogfilmpjes en een onduidelijke spot met een Audi Lunar Quattro.
In space nobody can hear you honk.

Ik herinner het me nog zeer goed. Een jaar of tien was ik, en terwijl moeder haar supermarkt-karretje vulde, zat ik met zus in kleermakerszit voor het stripverhalenrek van de Jawa in Edegem. Een boek met een ei op de kaft trok mijn aandacht. Ik sloeg het open en zag een raar beest met slecht gebit door de ribbenkas van een man breken. Mijn verbeelding sloeg spoorslags op hol. Vijf jaar later zag ik de iconische chestburster scene op een gehuurde moviebox.

Weinig sterfscènes zo legendarisch als die met John Hurt aan boord van de Nostromo. Weinig acteurs zo goed als John Hurt. De man stierf op 25 januari 2017.

Exact een maand later, op 25 februari, stierf Bill Paxton. Game over, man voor Bill. U hoort inderdaad het juiste belletje rinkelen, Paxton speelde private Hudson in de tweede Alien-prent en ging daarin met de helft van de oneliners lopen.

Sigourney leeft nog. Harry Dean Stanton ook. Dat ze toch maar opletten als ze de straat oversteken, zij en Harry en al die andere Alien-acteurs.

donderdag 27 april: de rode loper
Nu ja, een rode loper ligt er niet, daar in het cultureel centrum van Mechelen, maar er zijn boterwafeltjes en Gouden Carolus en dat is toch ook een beetje feestelijk. Vandaag gaat Gewraakt in première, en omdat alle vertoningen uitverkocht zijn én omdat het een maand geleden is dat ik nog een repetitie heb bijgewoond, ben ik een tikje nerveus.

Een jaar geleden introduceerde Annelies Verbeke me bij theatergezelschap Lucky Leo (zie eerdere berichten), en als ik één ding geleerd heb tijdens het maken van mijn allereerste theatertekst, dan is het wel: “laat het los, Bontenakel.”
Loslaten is inderdaad de boodschap. Jij mag als theaterschrijver dan wel de potgrond aanleveren, het is de regisseur die beslist welke groenten in de moestuin verbouwd worden, en het zijn de acteurs die aan het telen slaan. Zo gaat dat.

Me overigens goed geamuseerd op die première. De aders van het marmeren decor waren prachtig geschilderd, het publiek kuchte niet tijdens stiltemomenten en de acteurs waren in vorm, vooral dan de twee magistraten die op de scène aan het slempen sloegen en een fles rode wijn leegden (zonder van hun laddertje te slaan).

vrijdag 28 en zaterdag 29 april: meer wijn
Vrijdag komen de vrienden kijken. De voorstelling loopt wat stroever. Niettemin maken de magistraten een tweede fles soldaat. Een vriend vraagt wat de achterliggende boodschap is, een andere heeft Arthur-van-Schuif af in het publiek zien zitten.
De derde voorstelling loopt op rolletjes. Krijttekeningen en wafelkruimels op de grond, een restje flessengeluk in de wijnkaraf – alles zoals het hoort.

zondag 30 april: geen boterwafels voor Bontenakel
Ik twijfel maar beslis uiteindelijk om de laatste voorstelling van Gewraakt niet bij te wonen. Voeten omhoog vanavond. Wat ik in de plaats heb uitgestoken? Naar de Ridley Scott-prent Prometheus gekeken. De Director’s Cuts van Alien en Aliens had ik al herbekeken, de Assembly Cut van Alien³ ook. (Alien: Ressurrection sla ik over wegens te onnozel voor woorden.) Tijd voor de prequel. Ha ja, over drie weken komt Alien: Covenant in de zalen en daar hoort een mens zich toch een beetje op voor te bereiden.

 

 

 

wanneer u welke boekhandel mag bezoeken

We gaan dus op boekhandeltournee. Wij, dat zijn Toon Van Mierlo en ik. Even oud, allebei van Antwerpen, allebei zondagochtendsporters, en we komen in dezelfde maand met een nieuw boek uit. Dan doe je dat toch gewoon samen. Dat heeft één groot voordeel: ik hoef mijn eigen boek niet te bewieroken, Toon doet dat voor mij. En vice versa.

Toon vertelt waarom u Schaduw en vuur moet kopen, ik leg uit waarom u absoluut Een paar is twee moet lezen. Dat moet u overigens écht doen. We doen ook iets actiefs rond Kurt Vonnegut, van wie we beiden superfan zijn. O, en had ik al verteld dat er prijzen te rapen vallen?

Waar wordt u verwacht?

BARBÓÉK, LEUVEN op dinsdag 7 februari om 20u00

DE GROENE WATERMAN, ANTWERPEN op zaterdag 18 februari om 16u00

LIMERICK, GENT op maandag 6 maart om 20u00

met DE ZONDVLOED, MECHELEN zijn we nog aan het afspreken.

Kijk even in je agenda. Want wie weet, valt u die avond wel in de prijzen. (Ja, ik heb het tegen u!)

Schaduw en vuur – 17 januari ’17

Korte dienstmededeling: het nieuwe boek ligt vanaf 17 januari in de rekken. Duizend bommen en granaten! Ik loop hem al een tijdje aan te kondigen, maar nu is er eindelijk een datum. U mag zich luidop afvragen of er iemand op een nieuwe Bontenakel zit te wachten of u mag delen in de feestvreugde, de keuze is aan u.

Weet u wanneer de eerste kiem van Schaduw en vuur ontsproot? In het najaar van 2012. Inderdaad, nog voor het verschijnen van het schorpioenenboek. Want op een avond zag ik de prachtige documentaire Marwencol op tv.

Op 7 april 2000 wordt Mark Hogancamp na een cafébezoek brutaal in elkaar geslagen. Negen dagen later ontwaakt hij uit een coma. Zijn fijne motoriek is hij kwijt. Zijn geheugen ook.

 

Marks wereld werd hem ontstolen. Twee jaar na de feiten begint Mark in zijn tuin aan Marwencol te bouwen, een Ardens dorpje waar de tijd stil is blijven staan in de jaren 40-45. Mark bevolkt het dorpje met poppen (schaal 1:6) die zijn familie, vrienden en buren voorstellen, maar ook zijn aanvallers lopen er rond, in de gedaante van brute SS’ers.

Marks eigen alter ego is een neergestorte piloot die in Marwencol een nieuwe thuis vindt. Met een fototoestel legt Mark zijn leven en dat van de Marwencolbewoners vast. Een helingsproces.

De documentaire is een ontroerende ode aan de veerkracht en de verbeelding, en bleef nazinderen. Die nacht ontkiemde het eerste idee. Wie binnenkort Schaduw en vuur leest, zal dan ook al snel de kunstenares Nora Ehlinger ontmoeten, en begrijpen.

Eerstdaags meer dienstmededelingen. Voor Schaduw en vuur gaan we immers de hort op. Een boekhandeltournee! Later meer daarover. Samen met een nieuwe aflevering van The making of Schaduw en vuur.

Intussen raad ik de documentaire en ook het fotoboek Welcome to Marwencol van harte aan. De foto’s hierboven heb ik daarvandaan.

ja, we gaan er een drama van maken

image

Ik citeer eventjes wat u sedert enkele maanden op de website van het Mechelse theatercollectief Lucky Leo kan lezen:

Mechelen maakt zich op voor Op.Recht.Mechelen, het stadsfestival naar aanleiding van 400 jaar Grote Raad.
LUCKY LEO zal voor deze gelegenheid een nieuw stuk maken in samenwerking met Dimitri Bontenakel en Annelies Verbeke.

Als er recht wordt gesproken, betekent dat nog niet dat de rechtstaal wordt begrepen. De rechterlijke macht beschermt en straft, maar verwart en intimideert ons tegelijk met haar juridische jargon.

Een vrouw wordt opgeroepen om in een jury te zetelen. Ze heeft er zin in, maar al snel rijzen er heel wat vragen.
Gewraakt wil een humoristisch onderzoek naar verschillende soorten taal zijn, een onderzoek waarbij gevoel botst met ratio en logica met absurdisme.
De pennen van Annelies Verbeke en Dimitri Bontenakel trekken je mee in een heerlijk absurdistisch taalbad.

Klinkt goed, niet? Pittig detail: het ding moet nog geschreven worden. Ja, we zijn er al een hele poos mee bezig. Sinds juni woon ik Lucky Leo-repetities bij; ze vinden plaats in een oude kapel in de schaduw van de Sint-Romboutstoren. Net zoals bij een boek schrijf je een eerste versie van zo’n stuk, dan een tweede enzovoorts. Alleen is een roman schrijven een vrij solitaire bezigheid, terwijl er bij een toneelstuk vele ogen over mijn schouder meekijken. Dat is even wennen. Elk lid van het Lucky Leo-collectief heeft namelijk een eigen visie. De schrijver is niet de enige poppenspeler meer.

Twee weken geleden vreesde ik even voor de slaagkansen. Ik had net een nieuwe versie geschreven en die was net zoals zijn voorganger grotendeels naar de papiermand verwezen. De ingeplande repetitie werd ingeruild voor een breinstormsessie. Welke personages willen we zien? Wat willen we vertellen? Het ging moeizaam, maar op het eind van de avond lag er een compromis op tafel. Ik opnieuw aan de slag. Maar ook het compromis bleek niet te werken, en ditmaal was ik het die het samen met regisseur Hilde naar de schroothoop droeg. Wat nu?

Een tweede breinstormsessie dan maar en hopen op een goede afloop? De tijd begint immers te dringen. De verwarming werkte niet, de grijze celletjes gelukkig wel. Plots viel alles in de plooi. Wel, niet alles – we zijn tenslotte niet met proper wasgoed bezig – maar vorige week stapte ik wel op de trein als een tevreden man, een kunstig storyboard, onder de arm. Hulde aan Brien Coppens, ze kan een aardig potje tekenen.

Spoiler alert! Want wie het storyboard op de foto hierboven bestudeert, kent het verhaal dat we willen brengen. Nee, de details verklap ik niet. Wat ik wel kan zeggen, is dat het stuk volgende zaken niet zal bevatten:
– geen F.C. De Kampioenen-moppen (mag niet van Lucky Leo)
– geen kerkstoelpreken (mag niet van Gwendolyn Rutten)
– geen verkrachtingsscènes en ook geen boterstaven
– geen door KBC gefinancierde kernwapens

Intussen moet het stuk nog steeds geschreven worden. Wat zit ik hier in godsnaam op mijn website te doen?

Hier wordt niet gepoetst, gewassen of gestreken

cover-oever-compleet

Abdualla Maksour (°1983, Hama, Syrië) studeerde literatuur aan de universiteit van Damascus en behaalde een mini-MBA aan de universiteit van Caïro. Hij werkte als journalist onder meer voor Al-Jazeera. Hij schreef vijf romans. De meest recente, Via Dolorosa, verscheen in 2014. Sinds dat jaar woont hij als erkend politiek vluchteling in de Kempen.

Slimmerik die u bent, weet u dat een handvol biografische feiten nog geen leven samenvat en dat Abdualla als Syrische vluchteling één en ander heeft meegemaakt. Bij aankomst in de PEN-schrijversflat – Abdualla verbleef er in februari – vertelde hij over zijn leven: de studentenjaren in Damascus, de vlucht naar Europa. Het is niet aan mij om de schokkende ervaringen uit zijn leven breed op deze pagina uit te smeren. Wat ik u wel kan zeggen, is dat hij een mooi verhaal over zijn ballingschap heeft geschreven. Het heet De weg der smarten en u kan het lezen in de bundel waarvan u hierboven de omslag ziet.

Aan de andere oever van het verlangen, zo heet de bundel, en hij verdient een woordje uitleg.

In het voorjaar ontving ik een mail met een verzoek. Samen met uitgeverij P wilde PEN Vlaanderen een boek met tweeluiken uitgeven: naast de tekst van een gevluchte auteur (uit Palestina, Soedan, Irak, Syrië) zou een tekst van een Vlaamse auteur komen te staan, in zijn of haar eigen stijl en met een eigen aanpak. “We hopen dat de Vlaamse auteur in kwestie zich door de tekst aangesproken voelt, of geprikkeld, ontzet, geroerd, noem maar op”. Ik mocht een tekst schrijven die in dialoog ging met Abdualla’s De weg der smarten. Ik zegde meteen toe. Natuurlijk zegde ik meteen toe.

In de verre ochtenden van de ballingschap moet je je wel alles herinneren wat op jou lijkt, want de ballingschap alleen zal nooit op jou lijken, hoezeer je je er ook mee probeert te vereenzelvigen en hoezeer je er volledig mee probeert te versmelten.

 

Zo begint De weg der smarten.

Henri zegt: het geheugen is de optelsom van ons leven. alles wat we gezegd en gezien en gehoord en geproefd hebben. Wel, het mijne is een vergiet geworden,  en de gaatjes worden alsmaar groter.

Een fragment uit Alice in ballingschap

Net als De weg der smarten gaat mijn verhaal over het leven als balling, over vervagende herinneringen, over de liefde, over de dood. Alice in ballingschap is géén tekst over vluchtelingen, wel één over mensen die geen rol meer te spelen hebben in onze samenleving. Ze voelen zich overbodig. Ze voelen zich ongewenst. Lang niet altijd beelden ze zich dat in.

De Alice uit de titel is een dementerende weduwe. Ik ontmoette haar en andere Alice’en in het Sint-Maria-rusthuis in Berchem. Haar verhaal kan u ook lezen in Aan de andere oever van het verlangen. De bundel wordt op donderdag 3 november om half vier voorgesteld op de Boekenbeurs (Rood podium).

Misschien treffen we elkaar daar?

parochie van miserie – over ‘Een klein leven’ van H. Yanagihara

een klein leven De kritieken waren unaniem lovend. Mijn oog viel erop in boekhandel Theoria. En ik had nog een treinrit van dik anderhalf uur voor de boeg. Ik dus met deze dikke tearjerker (zo beloofde de flaptekst tenminste) onder de arm naar het station.

Volgens dezelfde flaptekst gaat Een klein leven over vier studievrienden die samen hun weg in New York zoeken: de charmante acteur Willem, de excentrieke kunstenaar JB, de getalenteerde architect Malcolm en Jude St. Francis. U ziet het al, laatstgenoemde krijgt geen omschrijving mee. Lijdend Voorwerp-Jude dan maar? Want Jude wordt achtervolgd door “demonen uit het verleden”.

SPOILER ALERT! Ligt het boek nog met ongebroken rug op het nachtkastje? Stop dan NU met lezen.

Dat van die vier studievrienden, vergeet dat maar. In de eerste honderd bladzijden komen ze misschien alle vier aan bod, maar nadien verdwijnen Excentrieke Kunstenaar en Getalenteerde Architect zo goed als volledig uit beeld, om terloops op te duiken tijdens Thanksgiving-dineetjes waar ze wel mogen vaststellen hoe erg het gesteld is met Jude maar nooit ofte nimmer mogen vragen wáárom het zo erg gesteld is met Jude.
En ook Charmante Acteur is klokvast ribbedebie. Als Hollywoodheld wordt hij immers op exotische locaties verwacht. Om de zoveel bladzijden keert hij weer, als een benevolente Moby Dick die af en toe door het wateroppervlak breekt, om Jude bij te staan in zijn kwellingen.

Over die kwellingen blijft de lezer lange tijd onwetend. Jude houdt de kaken namelijk bladzijden lang stijf op elkaar. En zijn studiemakkers dringen niet echt aan. Eerlijk gezegd reageren zij nogal lauwtjes op Judes stilzwijgen en zelfverminking. Dikke vrienden? Het zal wel. Dikke vrienden zouden tekst en uitleg eisen als hun beste maat met derdegraads brandwonden op de spoed beland. Trouwens, we komen nooit ook echt te weten waarom de drie überhaupt dikke maatjes willen wezen met een figuur als Jude. Hij doet zijn mond nooit open, blaft bijwijlen iedereen af en als het hem niet aanstaat, sluit hij zich op of zet het op een lopen. Om het met de Youtube-lui van Cinemasins te zeggen: Jude St. Francis is a dick to his friends.

En dat. Zevenhonderd. Bladzijden. Lang.

spotlightUiteindelijk moet Charmante Acteur het met Jude aanleggen om de waarheid los te peuteren. En die waarheid mag er wezen! Als kind werd hij in een klooster geplaatst en – zoals dat met kloosters gaat – misbruikt. Hij vluchtte met Broeder Luke en werd door Broeder Luke misbruikt en tot prostitutie gedwongen. Hij vluchtte weg, liftte zich een weg door het land en werd onderweg door truckchauffeurs misbruikt. Alerte Dokter Traylor nam hem onder zijn hoede, sloot hem in het soutterain op en, o ja, misbruikte hem. En wat denk je wat er gebeurde toen hij opnieuw geplaatst werd?

Beterschap op komst, zou je dan denken. Vergeet het. Lijdend voorwerp-Jude heeft nauwelijks uit de biecht geklapt of hij wordt weer langs alle kanten te grazen genomen. Werkelijk niets blijft de man bespaard! Om het met de lui van Cinemasins te zeggen: Yanagihara is a dick to her protagonist.

En Jude zelf? Die zwijgt en slaapt en zwijgt en vergeet te eten en zwijgt en snijdt zich met scheermesje en zwijgt en verontschuldigt zich voor zijn gedrag en zwijgt opnieuw.

Cut. Cry. Sleep. Repeat.

En dat. Zevenhonderd. Bladzijden. Lang.

Want de Jude St. Francis op bladzijde 1 is dezelfde Jude St Francis van pagina 750. Ouder en zonder benen maar verder krèk dezelfde. Ergens onderweg blijkt hij zich meer aangetrokken te voelen tot mannen dan tot vrouwen, maar dat hebben we van horen zeggen. Hij schijnt een gehaaide advocaat te zijn, maar ook dat hebben we van horen zeggen. Tell, don’t show, luidt het bij Yanagihara.

Het laatste hoofdstuk overtuigt. Yanagihara is immers wel degelijk een begenadigd schrijfster. Maar dan is het kalf allang verdronken. Wat een ontroerend sluitstuk moest zijn, werd bij mij “de-laatste-vijftien-pagina’s-nog-even-doorbijten-Bontenakel”. Doodjammer

Het boek is uit nu. Enkele weken over gedaan. Niet één traan gelaten. (Ook nergens om moeten lachen.) Ocharme de scenarist die het boek in een film zal moeten gieten. Want Yanagihara lonkt met haar parochie van miserie wel erg nadrukkelijk naar Hollywood. Terwijl… als je per se een film over misbruik binnen de kerk wil zien, kijk dan liever naar Spotlight. Mark Ruffalo, Rachel McAdams en die wittekop uit Mad Men doen erin mee.

Ja, Spotlight raad ik wél aan.

Casino Royale – boekhandel Theoria verhuist

Komma-in-de-Lucht-1000x500Zomaar zomers upgraden naar Windows 10 doe je niet ongestraft. Toch niet als je zoals ik geen diginaut op de intersnelweg bent. Gevolg: half augustus lag mijn laptop in de lappenmand en werd de schrijver – die voor zijn mobiele telefonie nog altijd op zijn acht jaar oude Nokia rekent – een poos afgesneden van het www.

Zalig.

Maar… het had wel tot gevolg dat ik jullie niet attent kon maken op het nagelnieuwe hoofdstuk 2 van onze Boeken Toe-podcast. Al geluisterd? Dan weet je dat ik voor de rubriek Handel en wandel naar Kortrijk ben afgereisd om er te praten met Pascal Vandenhende, die samen met Annemie Bernaerts boekhandel Theoria uitbaat. Kortrijk bleek maar een treinreis en een ommetje van tien minuten van mijn deur vandaan te liggen, en boekhandel Theoria (klemtoon op de laatste lettergreep) bleek een boekenmekka waar menig literaire pelgrim spontaan van aan het hallelujah’en slaat.

theoria1Pascal zette een kop koffie voor mijn neus en stak van wal. Over hoe ze vijf jaar geleden de zaak overnamen en het contact met de klanten bovenaan het prioriteitenlijstje zetten, over hoe ze zelf schrijvers uitnodigden voor een lezing en daarbij niet wachtten op de goodwill van de uitgeverijen, over hoe het boekenvak wis en waarachtig toekomst heeft… mits men niet bij de pakken bleef zitten.

En Theoria bleef niet bij de pakken zitten. Toen de eigenaar hun twee panden – de boekhandel en het belendende Komma in de lucht – te koop stelde voor een buitensporig hoog bedrag zochten en vonden ze een betere locatie. Het geklasseerde casino van Kortrijk (1844) biedt de ruimte, de grandeur en de mogelijkheden die Theoria nodig heeft voor haar plannen. Niet alleen worden de boekhandel en Komma in de lucht in het casino ondergebracht, er komt een ‘boekenkeuken’ waarin gezonde voeding centraal staat en koks workshops kunnen geven én Theoria zal samen met een partner een webshop voor partituren uitbouwen. Of hoe een voormalige goktempel wordt omgetoverd tot een boekenhuis pur sang.

theoria3
nieuwe locatie: het casino van Kortrijk

We praatten een klein uurtje. Ik maakte een opname van een vijftiental minuten. De montage voor de podcast klokte af op een kleine vijf minuten. Kiezen is verliezen. Twee zaken zijn daarbij op de vloer van de montagecel beland. Eén, een uitvoerig betoog over de vaste boekenprijs, of tenminste zoals hij door ons teergeliefd kibbelkabinet zal worden georganiseerd, en hoe die op maat is gesneden van de grote ketens. Twee, het idee van de partiturenzaak.

Ik had gehoopt beide items op deze website aan te kunnen bieden in een Handel & wandel – the director’s cut. Mijn klaplong-laptop besliste daar anders over. Ik verloor mijn opnamemateriaal. Zij die meer willen weten over de vaste boekenprijs raad ik daarom aan om de trein naar Kortrijk te nemen en het de uitbaters zelf te gaan vragen. Zo krijg je de kans om de boekhandel in al zijn oude glorie te aanschouwen, vóór ze verhuizen naar hun nieuwe locatie. En als je dat gedaan hebt, keer dan in de loop van 2017 nog een keertje terug, om kennis te maken met Casino Royale-Theoria. Iets wat deze jongen alleszins van plan is.

Tussen haakjes, na de opname kocht ik in de winkel Een klein leven van Hanya Yanagihara. Daar moet ik verdikkeme ook nog een en ander over kwijt. Maar dat is voor volgende week.

Kannibaal Mildred – een Verzincolumn

verzin 3 2016Sinds het begin van de zomer ligt de nieuwe Verzin in de rekken – dossier columns – waarin ik niet alleen een column mag leveren maar ook met Gie Bogaert mag spreken over het schrijfproces achter zijn laatste roman Roosevelt.

Voor de liefhebbers: Kannibaal Mildred, een column uit de vorige jaargang,
te lezen op een terras, alp of strandstoel naar keuze.

 Zijn naam was Malcorps. Hij was conciërge van een flatgebouw, zij het tegen wil en dank. Hij sprak met een kabbelende bariton die aangenaam in de oren lag, als die van een nieuwsanker, of van een kardinaal in een pot glijmiddel. Weinigen die zijn stem echter te horen kregen want hij werd niet graag gestoord. Wanneer de bel ging, opende hij de deur net zo ver als het kettinkje het toeliet. Met een wuft handgebaar stuurde hij de meeste bezoekers wandelen.

Malcorps was een artiest, een internetartiest, en wat voor één: als tableau vivant was hij kunstenaar en kunstwerk tegelijk. In elke kamer van zijn flat hing het alziende cyclopenoog van een webcam. Lijfeigene van zijn betalend publiek had hij zijn leven in een contract gegoten. Zijn internetbroodheren bestuurden elke minuut van zijn bestaan. Ze dicteerden wat hij at, dronk, wanneer hij zich waste, wanneer hij zich ontlastte. De tijd die hij buiten mocht doorbrengen – uit het zicht van de camera’s – werd streng gechronometreerd.

God, wat gaat de tijd snel! Het is alweer twee-en-een-half jaar geleden dat mijn vorige roman in de boekhandel lag. Daarin kreeg Malcorps drie hoofdstukken toegewezen. En als u mijn moeder bent of een andere verloren ziel die De steek van de schorpioen heeft gelezen, dan denkt u vast: Malcorps, nooit van gehoord!? Gelijk hebt u. In de vierde manuscriptversie van het schorpioenboek liep de man nog vrolijk te sikkeneuren, in de vijfde was hij spoorloos verdwenen. De conciërge was me dierbaar maar hij hield de boel op. Ik deed wat gebeuren moest: tussen twee versies in verloste ik hem uit zijn lijden. R.I.P. Malcorps.

Tijdens de jaarlijkse trek naar hun paargebied eten de rode krabben van Christmas Island hun platgereden neven en nichten vers van het asfalt – broodnodig kannibalisme om tot bij de Indische Oceaan te geraken. In 1972 overleefde een rugbyploeg een vliegtuigcrash in de Andes op het vlees van dode medepassagiers.

Sinds de dood van Malcorps werden vele andere personages tot leven gewekt. Hostiegewijs namen sommigen onder hen een stukje van de conciërge tot zich – een karaktertrek, een hebbelijkheid, een tic, een flard dialoog. Ze zullen het nooit toegeven maar de dames en heren uit de allerlaatste versie van elke roman hebben hun lot te danken aan de stoffelijke resten van hun minder fortuinlijke soortgenoten. Meursault, Toru Watanabe, Miranda Van Hooylandt, Jean-Baptiste Grenouille, Mildred Pierce – het zijn stuk voor stuk kannibalen.

in de pijplijn

pijplijnMijn laatste bericht dateerde van april. Sindsdien liggen de Belgen uit het EK, de Britten uit het EU en Daniël Termont onder vuur. In Canada gaan oerbossen in rook op en in België regent het al maanden oude wijven. Na de winter hebben we de lente overgeslagen, en het ziet ernaar uit dat we de zomer ook gaan overslagen, zodat we er in september een herfst van 365 dagen zullen hebben opzitten. In Florida is de eerste dode gevallen in een ongeval met een zelfrijdende auto – zijn naam is Joshua Brown – en in Liedekerke is parkeerkampioen Eugène – u kent hem van Man Bijt Hond – overleden. De tumult van de tijd, om het met Julian Barnes te zeggen.

www.dimitribontenakel.com heeft dan misschien stilgezeten, Dimitri Bontenakel heeft dat allerminst. Een overzichtje van wat er allemaal in de pijplijn zit:

Hoofdstuk #1: Stories can save us

1. de Boeken Toe-podcast

Zes maanden geleden waren dichteres Lies van Gasse, jeugdboekenrecensente An-Sofie Bessemans en ikzelf in gesprek en toevallig ging het even over de letteren. Hoe jammer het niet was dat Joos ermee was opgehouden op Radio1, dat TV1 er maar niet in slaagt een deftig boekenprogramma te maken. De formele conclusie van dat gesprek was 1) dat we moesten stoppen met zeuren, en 2) dat we de klus dan maar zelf moesten klaren. We haalden er radiomakers Heleen Vander Beken en Sharon Slegers bij en gingen aan de slag. Zes maanden later is de eerste aflevering van onze podcast een feit, en is de tweede in volle voorbereiding. Voor zij die hem nog niet beluisterd mochten hebben, klik op de link boven dit bericht. En als u mij tijdens de zomermaanden met enkele dames op een terras vol boeken en lege glazen ziet zitten, dan weet u waar we mee bezig zijn.

lucky leo2. een theatertekst voor Lucky Leo

Op het stadsfestival Op.Recht.Mechelen brengt theatergezelschap Lucky Leo Gewraakt, over een vrouw die wordt opgeroepen om in een assisenjury te zetelen. Gewraakt wil een humoristisch onderzoek naar verschillende soorten taal zijn, een onderzoek waarbij gevoel botst met ratio en logica met absurdisme. Alleen… het stuk moet nog geschreven worden. En – Heilige Bimbam! – ik mag dat samen met Annelies Verbeke doen. Als u mij tijdens de zomermaanden in mijn uppie ergens op een terras achter een laptop of een berg papieren ziet zitten, dan weet u dus waar ik mee bezig ben. Zij die mij graag op mijn bek zien gaan, kunnen hier reeds tickets bestellen.

pen vlaanderen3. Alice in ballingschap

Op de Boekenbeurs, en meer bepaald op donderdag 3 november, stelt PEN Vlaanderen Op de andere oever van het verlangen voor, een bundel waarin verhalen en gedichten van Vlaamse schrijvers in dialoog gaan met die van gevluchte auteurs. Mijn verhaal Alice in ballingschap spiegelt zich aan De weg der smarten van Abduallah Maksour. Deze Syrische schrijver en journalist leeft sinds 2014 als politieke vluchteling in Kasterlee. Zijn vlucht uit oorlogsgebied is een barre tocht geweest. Onderweg naar Griekenland zonk zijn boot en heeft hij urenlang in het koude water van de Middellandse Zee doorgebracht. Later zat hij samen met tientallen andere vluchtelingen drie dagen lang opgesloten in de vrachtwagen die hem naar Italië voerde. Begrijpt u nu waarom zijn tekst de titel De weg der smarten draagt?

schaduw en vuur

4. Het vierde boek

Ik kan hem bijna loslaten. Meer wil ik daar voorlopig niet over kwijt. Hij verschijnt in januari 2017. D’r zal een feestje bij horen. De rest is voor later.

21ste-eeuwse strandjutters – een VERZiNcolumn

klein met kader

Het is weer even geleden dat u nog iets van me gelezen heeft op deze pagina. Daar komt binnenkort verandering in, maar over het “WTF?” en het “what’s he on about?” laat ik u nog even in het ongewisse. Houd de website gewoon wat in de gaten tijdens de lentemaanden.

Iets anders nu. Sinds kort ligt VERZiN n° 2 – dossier misdaadverhalen – in de rekken van boekhandels en bibliotheken. Dit keer mocht ik niet enkel de column verzorgen maar ook voor onderzoeksjournalist spelen. Wie wil weten waarover: lees het nummer.
Intussen loop ik wat achter in het aanbieden van eerder verschenen columns. Deze, uit de VERZiN n° 2 van 2015 (exact een jaar geleden) had u nog van me te goed. Bij deze.

In de documentaire Ten noorden van de zon zie je ze neerstrijken op een afgelegen eiland voor de kust van Noord-Noorwegen. Ze bouwen een hut uit wrakhout en stenen. Een aangespoeld olievat wordt een kachel. Water halen ze uit de beek en in hun proviandkast staan blikken met een verstreken vervaldatum. Twee jongens van twintig zijn het, gekleed in Jack Wolfskin en Timberland en voorzien van een zonnebril die bij hun kwajongensgrijns past. Je ziet hen surfen op de ijzige golven, paragliden, snowboarden. Maar de twee zijn niet naar het noorden van de zon gereisd om extreme sporten te beoefenen. Ze overwinteren er om één baai van het eiland schoon te maken en schoon te hóuden. Daar hebben ze hun handen mee vol want elke ochtend spoelt er nieuwe rommel aan – dobbers, netten, glas, blikjes, plastic, plastic, plastic.

Boven de poolcirkel gaat het licht uit in de winter. Op een avond zien ze de zon voor het laatst. De volgende dag slepen ze het aangespoelde afval in het schemerduister aan. Maar ze volharden. Extase wanneer de zon voor het eerst weer op hun gezichten schijnt.

Negen maanden later haalt een helikopter het afval op. Drie ton (!) hebben ze verzameld. Drie ton droesem uit de fles van de homo oeconomicus die anders als tandplak over de ongerepte baai lag uitgesmeerd.

Die schrijvers die een boekje willen plegen over hun maand in deze of gene schrijversresidentie of over hun tandemtrip door Maleisië, bespaar u dus de moeite. In de eenentwintigste eeuw staat de buitengewoon grote voetafdruk van de mens reeds in de meest onherbergzame gebieden van de planeet. Sterker nog, dankzij Cheap Tickets, Google Earth en de cultuurreizen van het Davidsfonds is iedereen er zelfs al geweest.

De twee jonge surfers zijn niet de enige die hun hart verloren hebben aan de koude kusten. Onderweg naar de Noordkaap las ik Baaien, boeken, boten van de Nederlander Eerde Beulakker over de zeilreis die hij in 2000 langs de Noorse kustlijn ondernam. Het is een verhaal van beschuiten en zeeziekte, van wolkenarchitectuur en lompe gesprekken. Voor diepgravende inzichten in de Noorse cultuur of heroïsche verhalen over de strijd tegen de elementen moet je het boek niet lezen. Wel voor de puntige en vaak geestige toon. En omdat het boek vooral inzicht wil bieden in de mens Beulakker zelf.

Het is moeilijk maar niet onmogelijk: een goed reisboek schrijven in de eenentwintigste eeuw.