Casino Royale – boekhandel Theoria verhuist

Komma-in-de-Lucht-1000x500Zomaar zomers upgraden naar Windows 10 doe je niet ongestraft. Toch niet als je zoals ik geen diginaut op de intersnelweg bent. Gevolg: half augustus lag mijn laptop in de lappenmand en werd de schrijver – die voor zijn mobiele telefonie nog altijd op zijn acht jaar oude Nokia rekent – een poos afgesneden van het www.

Zalig.

Maar… het had wel tot gevolg dat ik jullie niet attent kon maken op het nagelnieuwe hoofdstuk 2 van onze Boeken Toe-podcast. Al geluisterd? Dan weet je dat ik voor de rubriek Handel en wandel naar Kortrijk ben afgereisd om er te praten met Pascal Vandenhende, die samen met Annemie Bernaerts boekhandel Theoria uitbaat. Kortrijk bleek maar een treinreis en een ommetje van tien minuten van mijn deur vandaan te liggen, en boekhandel Theoria (klemtoon op de laatste lettergreep) bleek een boekenmekka waar menig literaire pelgrim spontaan van aan het hallelujah’en slaat.

theoria1Pascal zette een kop koffie voor mijn neus en stak van wal. Over hoe ze vijf jaar geleden de zaak overnamen en het contact met de klanten bovenaan het prioriteitenlijstje zetten, over hoe ze zelf schrijvers uitnodigden voor een lezing en daarbij niet wachtten op de goodwill van de uitgeverijen, over hoe het boekenvak wis en waarachtig toekomst heeft… mits men niet bij de pakken bleef zitten.

En Theoria bleef niet bij de pakken zitten. Toen de eigenaar hun twee panden – de boekhandel en het belendende Komma in de lucht – te koop stelde voor een buitensporig hoog bedrag zochten en vonden ze een betere locatie. Het geklasseerde casino van Kortrijk (1844) biedt de ruimte, de grandeur en de mogelijkheden die Theoria nodig heeft voor haar plannen. Niet alleen worden de boekhandel en Komma in de lucht in het casino ondergebracht, er komt een ‘boekenkeuken’ waarin gezonde voeding centraal staat en koks workshops kunnen geven én Theoria zal samen met een partner een webshop voor partituren uitbouwen. Of hoe een voormalige goktempel wordt omgetoverd tot een boekenhuis pur sang.

theoria3
nieuwe locatie: het casino van Kortrijk

We praatten een klein uurtje. Ik maakte een opname van een vijftiental minuten. De montage voor de podcast klokte af op een kleine vijf minuten. Kiezen is verliezen. Twee zaken zijn daarbij op de vloer van de montagecel beland. Eén, een uitvoerig betoog over de vaste boekenprijs, of tenminste zoals hij door ons teergeliefd kibbelkabinet zal worden georganiseerd, en hoe die op maat is gesneden van de grote ketens. Twee, het idee van de partiturenzaak.

Ik had gehoopt beide items op deze website aan te kunnen bieden in een Handel & wandel – the director’s cut. Mijn klaplong-laptop besliste daar anders over. Ik verloor mijn opnamemateriaal. Zij die meer willen weten over de vaste boekenprijs raad ik daarom aan om de trein naar Kortrijk te nemen en het de uitbaters zelf te gaan vragen. Zo krijg je de kans om de boekhandel in al zijn oude glorie te aanschouwen, vóór ze verhuizen naar hun nieuwe locatie. En als je dat gedaan hebt, keer dan in de loop van 2017 nog een keertje terug, om kennis te maken met Casino Royale-Theoria. Iets wat deze jongen alleszins van plan is.

Tussen haakjes, na de opname kocht ik in de winkel Een klein leven van Hanya Yanagihara. Daar moet ik verdikkeme ook nog een en ander over kwijt. Maar dat is voor volgende week.

Kannibaal Mildred – een Verzincolumn

verzin 3 2016Sinds het begin van de zomer ligt de nieuwe Verzin in de rekken – dossier columns – waarin ik niet alleen een column mag leveren maar ook met Gie Bogaert mag spreken over het schrijfproces achter zijn laatste roman Roosevelt.

Voor de liefhebbers: Kannibaal Mildred, een column uit de vorige jaargang,
te lezen op een terras, alp of strandstoel naar keuze.

 Zijn naam was Malcorps. Hij was conciërge van een flatgebouw, zij het tegen wil en dank. Hij sprak met een kabbelende bariton die aangenaam in de oren lag, als die van een nieuwsanker, of van een kardinaal in een pot glijmiddel. Weinigen die zijn stem echter te horen kregen want hij werd niet graag gestoord. Wanneer de bel ging, opende hij de deur net zo ver als het kettinkje het toeliet. Met een wuft handgebaar stuurde hij de meeste bezoekers wandelen.

Malcorps was een artiest, een internetartiest, en wat voor één: als tableau vivant was hij kunstenaar en kunstwerk tegelijk. In elke kamer van zijn flat hing het alziende cyclopenoog van een webcam. Lijfeigene van zijn betalend publiek had hij zijn leven in een contract gegoten. Zijn internetbroodheren bestuurden elke minuut van zijn bestaan. Ze dicteerden wat hij at, dronk, wanneer hij zich waste, wanneer hij zich ontlastte. De tijd die hij buiten mocht doorbrengen – uit het zicht van de camera’s – werd streng gechronometreerd.

God, wat gaat de tijd snel! Het is alweer twee-en-een-half jaar geleden dat mijn vorige roman in de boekhandel lag. Daarin kreeg Malcorps drie hoofdstukken toegewezen. En als u mijn moeder bent of een andere verloren ziel die De steek van de schorpioen heeft gelezen, dan denkt u vast: Malcorps, nooit van gehoord!? Gelijk hebt u. In de vierde manuscriptversie van het schorpioenboek liep de man nog vrolijk te sikkeneuren, in de vijfde was hij spoorloos verdwenen. De conciërge was me dierbaar maar hij hield de boel op. Ik deed wat gebeuren moest: tussen twee versies in verloste ik hem uit zijn lijden. R.I.P. Malcorps.

Tijdens de jaarlijkse trek naar hun paargebied eten de rode krabben van Christmas Island hun platgereden neven en nichten vers van het asfalt – broodnodig kannibalisme om tot bij de Indische Oceaan te geraken. In 1972 overleefde een rugbyploeg een vliegtuigcrash in de Andes op het vlees van dode medepassagiers.

Sinds de dood van Malcorps werden vele andere personages tot leven gewekt. Hostiegewijs namen sommigen onder hen een stukje van de conciërge tot zich – een karaktertrek, een hebbelijkheid, een tic, een flard dialoog. Ze zullen het nooit toegeven maar de dames en heren uit de allerlaatste versie van elke roman hebben hun lot te danken aan de stoffelijke resten van hun minder fortuinlijke soortgenoten. Meursault, Toru Watanabe, Miranda Van Hooylandt, Jean-Baptiste Grenouille, Mildred Pierce – het zijn stuk voor stuk kannibalen.

in de pijplijn

pijplijnMijn laatste bericht dateerde van april. Sindsdien liggen de Belgen uit het EK, de Britten uit het EU en Daniël Termont onder vuur. In Canada gaan oerbossen in rook op en in België regent het al maanden oude wijven. Na de winter hebben we de lente overgeslagen, en het ziet ernaar uit dat we de zomer ook gaan overslagen, zodat we er in september een herfst van 365 dagen zullen hebben opzitten. In Florida is de eerste dode gevallen in een ongeval met een zelfrijdende auto – zijn naam is Joshua Brown – en in Liedekerke is parkeerkampioen Eugène – u kent hem van Man Bijt Hond – overleden. De tumult van de tijd, om het met Julian Barnes te zeggen.

www.dimitribontenakel.com heeft dan misschien stilgezeten, Dimitri Bontenakel heeft dat allerminst. Een overzichtje van wat er allemaal in de pijplijn zit:

Hoofdstuk #1: Stories can save us

1. de Boeken Toe-podcast

Zes maanden geleden waren dichteres Lies van Gasse, jeugdboekenrecensente An-Sofie Bessemans en ikzelf in gesprek en toevallig ging het even over de letteren. Hoe jammer het niet was dat Joos ermee was opgehouden op Radio1, dat TV1 er maar niet in slaagt een deftig boekenprogramma te maken. De formele conclusie van dat gesprek was 1) dat we moesten stoppen met zeuren, en 2) dat we de klus dan maar zelf moesten klaren. We haalden er radiomakers Heleen Vander Beken en Sharon Slegers bij en gingen aan de slag. Zes maanden later is de eerste aflevering van onze podcast een feit, en is de tweede in volle voorbereiding. Voor zij die hem nog niet beluisterd mochten hebben, klik op de link boven dit bericht. En als u mij tijdens de zomermaanden met enkele dames op een terras vol boeken en lege glazen ziet zitten, dan weet u waar we mee bezig zijn.

lucky leo2. een theatertekst voor Lucky Leo

Op het stadsfestival Op.Recht.Mechelen brengt theatergezelschap Lucky Leo Gewraakt, over een vrouw die wordt opgeroepen om in een assisenjury te zetelen. Gewraakt wil een humoristisch onderzoek naar verschillende soorten taal zijn, een onderzoek waarbij gevoel botst met ratio en logica met absurdisme. Alleen… het stuk moet nog geschreven worden. En – Heilige Bimbam! – ik mag dat samen met Annelies Verbeke doen. Als u mij tijdens de zomermaanden in mijn uppie ergens op een terras achter een laptop of een berg papieren ziet zitten, dan weet u dus waar ik mee bezig ben. Zij die mij graag op mijn bek zien gaan, kunnen hier reeds tickets bestellen.

pen vlaanderen3. Alice in ballingschap

Op de Boekenbeurs, en meer bepaald op donderdag 3 november, stelt PEN Vlaanderen Op de andere oever van het verlangen voor, een bundel waarin verhalen en gedichten van Vlaamse schrijvers in dialoog gaan met die van gevluchte auteurs. Mijn verhaal Alice in ballingschap spiegelt zich aan De weg der smarten van Abduallah Maksour. Deze Syrische schrijver en journalist leeft sinds 2014 als politieke vluchteling in Kasterlee. Zijn vlucht uit oorlogsgebied is een barre tocht geweest. Onderweg naar Griekenland zonk zijn boot en heeft hij urenlang in het koude water van de Middellandse Zee doorgebracht. Later zat hij samen met tientallen andere vluchtelingen drie dagen lang opgesloten in de vrachtwagen die hem naar Italië voerde. Begrijpt u nu waarom zijn tekst de titel De weg der smarten draagt?

schaduw en vuur

4. Het vierde boek

Ik kan hem bijna loslaten. Meer wil ik daar voorlopig niet over kwijt. Hij verschijnt in januari 2017. D’r zal een feestje bij horen. De rest is voor later.

21ste-eeuwse strandjutters – een VERZiNcolumn

klein met kader

Het is weer even geleden dat u nog iets van me gelezen heeft op deze pagina. Daar komt binnenkort verandering in, maar over het “WTF?” en het “what’s he on about?” laat ik u nog even in het ongewisse. Houd de website gewoon wat in de gaten tijdens de lentemaanden.

Iets anders nu. Sinds kort ligt VERZiN n° 2 – dossier misdaadverhalen – in de rekken van boekhandels en bibliotheken. Dit keer mocht ik niet enkel de column verzorgen maar ook voor onderzoeksjournalist spelen. Wie wil weten waarover: lees het nummer.
Intussen loop ik wat achter in het aanbieden van eerder verschenen columns. Deze, uit de VERZiN n° 2 van 2015 (exact een jaar geleden) had u nog van me te goed. Bij deze.

In de documentaire Ten noorden van de zon zie je ze neerstrijken op een afgelegen eiland voor de kust van Noord-Noorwegen. Ze bouwen een hut uit wrakhout en stenen. Een aangespoeld olievat wordt een kachel. Water halen ze uit de beek en in hun proviandkast staan blikken met een verstreken vervaldatum. Twee jongens van twintig zijn het, gekleed in Jack Wolfskin en Timberland en voorzien van een zonnebril die bij hun kwajongensgrijns past. Je ziet hen surfen op de ijzige golven, paragliden, snowboarden. Maar de twee zijn niet naar het noorden van de zon gereisd om extreme sporten te beoefenen. Ze overwinteren er om één baai van het eiland schoon te maken en schoon te hóuden. Daar hebben ze hun handen mee vol want elke ochtend spoelt er nieuwe rommel aan – dobbers, netten, glas, blikjes, plastic, plastic, plastic.

Boven de poolcirkel gaat het licht uit in de winter. Op een avond zien ze de zon voor het laatst. De volgende dag slepen ze het aangespoelde afval in het schemerduister aan. Maar ze volharden. Extase wanneer de zon voor het eerst weer op hun gezichten schijnt.

Negen maanden later haalt een helikopter het afval op. Drie ton (!) hebben ze verzameld. Drie ton droesem uit de fles van de homo oeconomicus die anders als tandplak over de ongerepte baai lag uitgesmeerd.

Die schrijvers die een boekje willen plegen over hun maand in deze of gene schrijversresidentie of over hun tandemtrip door Maleisië, bespaar u dus de moeite. In de eenentwintigste eeuw staat de buitengewoon grote voetafdruk van de mens reeds in de meest onherbergzame gebieden van de planeet. Sterker nog, dankzij Cheap Tickets, Google Earth en de cultuurreizen van het Davidsfonds is iedereen er zelfs al geweest.

De twee jonge surfers zijn niet de enige die hun hart verloren hebben aan de koude kusten. Onderweg naar de Noordkaap las ik Baaien, boeken, boten van de Nederlander Eerde Beulakker over de zeilreis die hij in 2000 langs de Noorse kustlijn ondernam. Het is een verhaal van beschuiten en zeeziekte, van wolkenarchitectuur en lompe gesprekken. Voor diepgravende inzichten in de Noorse cultuur of heroïsche verhalen over de strijd tegen de elementen moet je het boek niet lezen. Wel voor de puntige en vaak geestige toon. En omdat het boek vooral inzicht wil bieden in de mens Beulakker zelf.

Het is moeilijk maar niet onmogelijk: een goed reisboek schrijven in de eenentwintigste eeuw.

weekberichten – een bad vol honing

baby-shoes-never-wornMijn vorige bericht is begot drie maanden oud. Eerder heb ik me steeds verontschuldigd wanneer er te veel tijd tussen twee blogs sloop. Dat ga ik deze keer eens niet doen. Ik had per slot van rekening een boek te voltooien. Bovendien heeft een mens niet altijd zin om zijn gedachten in het publieke domein te gooien (ze zijn het vaak ook niet waard).

Maar kijk, ik ga met de swiffer door de weblog, lucht de kamers en strooi een vers vrachtje weekberichten uit.

zaterdag 23 januari
De mama wordt zeventig vandaag en dat wordt met ontbijt en chocolademelk gevierd in een Antwerps etablissement. Omdat moeders van zeventig niet staan te springen op smartwatches en speelgoeddrones, geven we haar een weekendje Zuid-Limburg cadeau, en om toch met iets in geschenkverpakking op de proppen te komen, had ik mijn petekindje gevraagd een mooie tekening te maken met op de achtergrond een knus vakantiehuisje en vooraan op een rijtje de oma, haar vriend, haar twee kinderen en haar kleinkind. En kijk, petekindje komt inderdaad aangedraafd met een rol in rood lint gevat papier in zijn handjes. Op het eerste gezicht heeft het ventje zich uitstekend van zijn taak gekweten. Een koe naast een mooi huisje, oma op de voorgrond. De andere gezinsleden ontbreken evenwel. Naast oma staat Luke Skywalker, zijn lichtzwaard in de aanslag. Op een tweede tekening heeft een x-wing fighter het gemunt op de Death Star.
Het is zoals de mensen zeggen, kunstenaars zijn eigenzinnige mensen.

’s Avonds zit ik met een bende ongeregeld (schrijvers, journalisten – rapalje dus) in de bekendste Indiër van de stationsbuurt. Auteur Heleen Debruyne vraagt me waar ik de kost mee verdien. Ze moet me niet goed verstaan hebben want haar reactie gaat als volgt: ‘Bestaat dat dan, het Vlaams Honingfonds?’
Ik zie een veld vol bloemen en bijen, ik zie een Olympisch zwembad aan de rand van het veld. De kuip is tot de rand gevuld met rijke, goudgele honing, klaar om in tijden van schaarste onder de Vlamingen te worden verdeeld. Ik zie mezelf, laverend tussen kasten, een bijenkap op mijn kop. En word helemaal zen.

dinsdag 26 januari
Avond en ik zit volop informatie te vergaren voor een artikel dat ik in opdracht van het schrijftijdschrift Verzin aan het schrijven ben. Onderweg stuit ik op Ernest Hemingway’s bekende six-word story. U kent het misschien:
For sale: baby shoes, never worn.
Ik vraag me af of ik dat ook kan, een verhaal in zes woorden vatten, en kom uit bij:
Ontdekker noemt dodelijk virus naar ex.
Laat me gerust weten wat u ervan vindt.

vrijdag 29 januari
Ik bekijk een filmpje dat eerder deze week in de Ideale Wereld aan bod kwam. Vliegende reporter Luc Haekens probeert de inwoners van Tienen (Tienenaren? Tieners?) ervan te overtuigen dat de wereld niet rond maar plat is en slaagt opvallend makkelijk in zijn opzet. ‘Ha ja, want als de wereld rond zou zijn, val je ervan af,’ zegt een oude man stellig. Je kijkt ernaar en schudt gniffelend het hoofd… tot je natuurlijk zelf aan de beurt bent om te worden beetgenomen.
Maar wat als pokerface Haekens de mensen andere dingen wil wijsmaken? Dat de aarde niét opwarmt, bijvoorbeeld. Of dat asielzoekers alleen maar naar hier komen om van onze sociale zekerheid te profiteren en onze vrouwen aan te randen. Of dat Donald Trump een prima president zou zijn.
Wat dan?

Klik hier voor het filmpje.

mijn boek redt levens

The NightmareHier had een nieuwe ‘Weekberichten’ kunnen staan, eentje waarin ik onder meer verslag uitbreng over hoe ik afgelopen vrijdag de huid werd volgescholden door een foeragerende eekhoorn. Of een bespreking van Drift, de mooie novelle waarmee collega Ellen van Pelt in september debuteerde. Zo stond het alleszins in de planning.

Maar toen sloeg ik de weekendbijlage van De Standaard open.

Ik moet iets bekennen. Enkele keren per jaar staat er ’s nachts iemand in mijn slaapkamer. Soms staat hij gewoon in een hoek, soms trekt hij me bij mijn enkels omhoog uit bed. Zodra ik me van hem bewust word, word ik wakker, en zit ik met een tweede probleem: ik kan niets tegen hem beginnen. Mijn armen en benen zijn verlamd en mijn oogleden wegen als lood. Pas na een tiental seconden krijg ik mijn ogen open en kan ik me omdraaien. Op dat moment heeft de indringer echter de plaat gepoetst.

Ik verzin dit niet.

De aandoening waar ik aan lijd, heet slaapverlamming of slaapparalyse. Een op de tien heeft er last van. Vooral in tijden van stress verschijnt de nachtelijke bezoeker aan het voeteneinde. Zij die mijn eerder logbericht Tony Soprano en ik hebben gelezen, zullen niet vreemd opkijken wanneer ik zeg dat ik die nachtelijke lastpost toen ook een paar keer over de vloer heb gekregen.

Bij mij blijft het bij de sinistere aanwezigheid en de tijdelijke verlamming, maar het kan erger. De zopas uitgebrachte documentaire The Nightmare – waar De Standaard afgelopen weekend een artikel aan wijdde – verzamelt acht getuigenissen. De Newyorker Chris krijgt ’s nachts bezoek van een reusachtige, zwarte figuur met rode ogen die hem met de dood bedreigt. Zijn vriendin, die er ook last van heeft, wordt wakker met een kat op haar borst die haar in een onverstaanbare taal toefluistert. Bij de Brusselaar Ignace gaat het licht aan en begint er iemand aan zijn bureau te rommelen zonder dat hij zich kan omdraaien om te zien wat er aan de hand is.

Het verschijnsel is niet nieuw. Henry Fuseli schilderde het bekende The Nightmare al in 1781. Vrouwen werden ervoor als heks afgeschilderd en belandden er zelfs voor aan de galg. Zuid-Afrikanen spreken van tokolosh, Japanners van kanashibari, Inuït van uqumanirniq. Guy de Maupassant schreef erover in Le Horla. Zangeres Chelsea Wolfe verwerkte haar ervaringen in haar jongste album The Abyss. En Fox Mulder uit The X-Files zag wellicht nooit buitenaardse mannetjes met grote, zwarte ogen, maar had gewoon last van een foute slaaphygiëne.

Het was trouwens in volle X-Files-periode dat ik mijn meest angstaanjagende episode meemaakte. Net alleen gaan wonen op dat eerste dakappartement aan de Stadswaag waren ze in het holst van de nacht weer aan mijn voeten komen trekken. De maan scheen recht in mijn ogen en ik was er rotsvast van overtuigd dat de kleine, grijze mannetjes met hun bling bling vliegende schotel boven mijn veluxraam hing. Bevrijd uit mijn verlamming heb ik me een kwartier lang in de badkamer opgesloten.

Uit schrik voor een volslagen idioot versleten te worden, heb ik er in mijn leven maar met een of twee vrienden over gesproken. Jammer voor mij hadden die vrienden nooit van de aandoening gehoord. Weet je wat mijn redding was? De research voor mijn volgend jaar te verschijnen boek.

Wederom, ik verzin dit niet.

In volle researchperiode kwam ik per abuis op een Wikipediapagina over slaapverlamming terecht. Mijn oog viel op de term ‘verlamde ledematen’ en ‘slaap’ en ik besloot mijn research even te onderbreken en de pagina onder de loep te nemen. Opgelucht dat ik was! Geen demonen, geen succubusventjes of poltergeisten, nee, gewoon een niet deftig gekalibreerd stel hersenen. Als het dat maar is. Voortaan weet ik dus wat er aan de hand is wanneer meneer enkeltiller me ’s nachts komt lastig vallen. In plaats van me op te sluiten in de badkamer spreek ik mezelf vermanend toe (“Niet zo stressen, Bontenakel.”) en draai me nog eens om.

Mijn volgende boek heeft dus mijn leven gered. Wie weet, misschien kan hij jouw leven ook wel redden? Drommels, daar moeten we het toch nog eens over hebben.

Geen marathonloper – een VERZINcolumn

verzinjan15Bij wijze van tussendoortje vind je hieronder het stukje dat ik schreef voor het VERZINnummer van jan-feb-ma 2015. Het thema was het kortverhaal en ik had er het volgende over te vertellen.

Lees even mee. Bob werkt in een witwasbar in Brooklyn. Op een dag vindt hij een mishandelde puppy in de vuilnisbak van een jonge vrouw. Hij adopteert de hond en denkt erover na de vrouw eveneens in huis te nemen. Tot op een dag de dierenbeul in haar plaats in zijn living staat en de poppen aan het dansen gaan. U herkent vast de pitch van The Drop, de eerste Amerikaanse prent van Michaël R. Roskam. De misdaadlezer in u weet ook dat de film gebaseerd is op een kortverhaal van Dennis Lehane.

En deze. Twee seizoensarbeiders hoeden schapen in het Wyoming van 1963. Ze groeien naar elkaar toe en ook al scheiden hun wegen na de zomer en bouwen ze elk een eigen leven op, toch blijven ze elkaar ontmoeten, twintig jaar lang. Brokeback Mountain is niet alleen een langspeelfilm met de betreurde Heath Ledger in een hoofdrol, het is ook een kortverhaal uit Close Range: Wyoming Stories van Annie Proulx.

Nog eentje om het af te leren. Een stel vrienden gaat kamperen in de bergen. In de kofferbak van hun 4×4: visgerei, een voorraadje pils en hun goed humeur. Bij aankomst ontdekken ze het lijk van een jonge vrouw in de Naches River. Ze stierf een gewelddadige dood. Opdat ze niet zou wegdrijven, binden ze de vrouw bij de enkel vast, vissen en drinken vrolijk verder en doen pas na afloop aangifte bij de politie. U kan So Much Water So Close To Home lezen in een verhalenbundel van Raymond Carver. (Lees achteraan het aangrijpende A Small, Good Thing en u bent reddeloos verloren.) Nadien kan u dankzij Netflix naar Jindabyne kijken. De regisseur van deze film verhuisde de locatie niet alleen naar de Australische outback, hij voegde er ook een raciaal element aan toe door het dode meisje Aboriginal van origine te maken.

Omdat u niet van gisteren bent, hebt u de boodschap reeds begrepen. Een schrijver die stiekem van een Hollywoodverfilming droomt, of hoopt op een telefoontje van Erik Van Looy, hoeft geen marathonloper te zijn. U hoeft dus niet per se het voorbeeld te volgen van die dikke Amerikaan met zijn pet en zesduizend pagina’s volschrijven over draken, dwergen en blote koninginnen. Doe zoals Carver. Neem een binnenweg. Schrijf een – prachtig – kortverhaal.

Over binnenwegen gesproken: Short Cuts van Robert Altman. En zo kun je nog een tijdje doorgaan.

weekberichten – de Goede, de Slechte en de Kletsnatte

2015-08-14 17.32.06Zaterdag 8 augustus – 101 Reykjavik
Zij die zo nu en dan een blik op deze site werpen, weten dat ik een zus in Shanghai heb wonen. Wel, maak van die ‘heb’ maar de voltooid verleden tijd. Ja er is viel passiert sinds mijn laatste bericht. Ik heb op de maan gestaan in IJsland, er over ovenverse lavavelden gelopen, er kou geleden. Ik heb het moeilijkste deel van mijn nieuwe roman herschreven, ik heb mijn zuster en petekind op Zaventem mogen verwelkomen. De container met hun spullen is onderweg.
Amper een maand terug en petekindje heeft zich al enige routines eigen gemaakt. Als de nonkel peter er is, moet er ge-lightsabred worden met échte light sabres (made in China, not in a galaxy far, far away). Met oma kijkt hij naar het VTM-nieuws. En met opa kijkt hij naar Markske-van-de-kampioenen. Ja, de zoveelste generatie klein mannen die met de dagschotels en “ons Neroke” kennismaakt.

zondag 9 augustus – Springende Wolf, een stilleven
Tijdens een broodnodige opruimactie vond ik de teken- en schilderwerkjes terug die ik vijf jaar geleden in opdracht van juffrouw Vera heb gemaakt. Ja, in 2010 koesterde ik grootse plannen. Het manuscript dat later als De steek van de schorpioen zou heten, was af en ik had wat tijd omhanden. Dus besloot ik één: een appartement te kopen, en twee: me in te schrijven voor de cursus illustrator aan de academie van Berchem. Want twee avonden per week tekenen, schilderen, zeefdrukken en linokerven, dat kon er nog wel af.
Niet dus.
Ik kwam terecht in een klas vol mooie, creatieve meisjes. Clan-showrunner Malin-Sarah Gozin was er daar één van, Annelies van Dinter van Echo Beatty en Styrofoam een ander. Maar wat een ontspannen dinsdag- en woensdagavond had moeten worden, werd “nen hoop stress”. Het tekenen ging me minder goed af dan in mijn striptekenende kinderjaren en Photoshop bezorgde me nachtmerries. Ik hield het dapper vol tot april, liep met een kaft vol schetsen naar buiten en keerde niet meer terug. Tot zover mijn toekomst als illustrator. Een mens moet nu eenmaal keuzes maken in het leven.
Maar mijn eerste schilderijtje (acryl op papier – zie foto) dat ik vandaag herontdekte, nemen ze niet meer van me af.

dinsdag 11 augustus – Jury Duty
Vandaag het laatste eindwerk uitgelezen. Samen met jeugdauteur Kirstin Vanlierde en uitgever Rudy Vanschoonbeek mag ik de laatstejaarsstudenten proza aan de Antwerpse SchrijversAcademie jureren. Goeie dingen gelezen, hele goeie dingen. En voor zij die vrezen dat een schrijfschool alleen maar eenheidsworst aflevert, vergeet het. Ik las een fantasyroman voor tieners, een kinderverhaal met elementen uit de Finse Kalevala, het verhaal van een vrouw wier echtgenoot in de wurggreep van ALS zit. Zeven eindwerken en alle zeven even divers. Een hoop leeswerk. Maar het nooit als werk beschouwd.

donderdag 12 augustus – So Much Water So Close To Home
Park Spoor Oost. Martha!Tentatief is net beginnen spelen als het stormfront de lucht verduistert. De wind doet de flanken van een berg zand opstuiven en jaagt de korrels de tribune in. Een jongensstem uit een luidspreker kondigt de eerste druppels op hun speelplaats aan. Profetische woorden want meteen daarna werd fictie werkelijkheid en gingen de hemelsluizen open. Een bui met bijbelse allures. Tot vreugde van driekwart van het publiek wilden Johan Petit en co. blijven spelen. Maar toen de elektriciteit uitviel en het speelveld onderliep, vond de regisseur het welletjes. Wij afgedropen. Wij door enkeldiepe plassen tot aan café Zeezicht gewaad. Gedronken tot de bui over was en nadien nog wat meer gedronken. Een druppelspoor van ’t Zeezicht naar huis getrokken.

vrijdag 13 augustus – de iKloof
Het terras van de koffiebar op de Troonplaats. Naast me een gezinnetje van vijf – mama, papa, drie tienerkinderen. De kinderen kijken naar het scherm van hun iPhone, de ouders naar hun kinderen. De mama wil een gesprek op gang brengen en vraagt haar oudste naar zijn plannen voor Pukkelpop. Ze probeert mee te gaan met haar tijd maar de generatiekloof gaapt te wijd. ze oogst schouderophalens en norse antwoordjes. Tegen Instagram is geen moederhart opgewassen. Als hun glas leeg is, gaan de kinderen naar huis. De ouders nemen nog een flat white. Ik zie ze naast elkaar zitten, zwijgend, koffiedrinkend. Waar moeten ze over praten als hun kroost het huis uit is, hoor ik de mama denken.
Nu ik eraan denk, een van de SchrijversAcademiestudenten heeft daar een mooi kortverhaal over geschreven.

Stempels – een VERZiNcolumn

Nu de nieuwe VERZiN boven de doopvont wordt gehouden (zie boven), herinner ik me dat jullie nog twee columns van voorbije nummers te goed hebben. Tenminste, die pechvogels die zich intussen nog niet hebben kunnen abonneren. Hieronder vind je het stukje dat ik schreef voor de VERZiN van oktober-november-december 2014. Het thema was Fantasy en dat onderwerp liet me niet geheel onberoerd. Hieronder leest u waarom.

Herinner je je het laatste jeugdboek uit je kindertijd nog? Het laatste boek dat je leest voor je de oversteek naar de volwassenenfictie waagt? Het mijne heette Ogen van tijgers, de schrijfster ervan Tonke Dragt, het speelde zich in de toekomst af en het probleem ermee was dat het indruk op me had gemaakt.
In de bibliotheek van Mortsel was elk boek toen van een icoontje voorzien: Geeraerts droeg een revolver, Stephen King een doodshoofd, Tolkien een wolk. Welnu, dat ik de eerste jaren na mijn oversteek vaak van wolkenstempels voorziene romans uit de rekken zou halen, mag die Nederlandse schrijfster geheel en al op haar conto schrijven.

Waarom SF & Fantasy? Net als Ivo Victoria groeide ik in Edegem op. We fietsten door dezelfde straten en droegen onze boekentassen allebei door de betegelde gangen van het OLVE-college. Daar liggen de verhalen nergens voor het oprapen en moet een mens dus improviseren. Waar Victoria zich verbeeldde de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen te winnen, nam ik het eerste het beste portaal naar een verzonnen wereld. Veel goede dingen gelezen. Helaas ook veel slechte. Op de duur werd ik ze beu, de bordkartonnen personages, de vergezochte namen, de dialogen waarin dingen gefluisterd, gestameld, gezworen en zelden gewoon gezegd werden. Zo rond de tijd dat ene George R.R. Martin aan de eerste versie van zijn A Game of Thrones begon, liet ik de wolkenboeken voor wat ze waren. Enkel op kantoor kom ik nog vergezochte namen tegen, in dossiers waar kinderen soms Frodo Vermeulen of Arwen Moerenhout worden genoemd.

In Lillo Boekendorp stootte ik twee jaar geleden weer op Tonke Dragt. Jeugdsentiment won het van gezond verstand. Ik herlas Ogen van tijgers diezelfde zomer. Een vergissing. Het boek was beter een mooie herinnering gebleven.
Ho maar, vóór u als fantasylezer ‘Et tu, Brute’ gaat scanderen: Jack Vance, Stephen Donaldson, Dan Simmons en zijn Hyperionboeken, ze blijven me stuk voor stuk dierbaar. En Neil Gaiman volg ik nog steeds geïnteresseerd. Bovendien heb ik zo Kurt Vonnegut en J.G. Ballard ontdekt. Dus ja, een goed boek is en blijft een goed boek, ongeacht de stempel op zijn cover. Mais pour les mauvais livres la même chose. Want een op hol geslagen verbeelding levert niet altijd een meesterlijke roman op.
Verder is het een kwestie van tijd voor ik op kantoor de eerste Cersei Yserbyt of Melisandre De Munck mag ontmoeten.

weekberichten

nuxdinsdag 2 juni
Is het verantwoord om een 72-jarige man naar Mad Max- Fury Road te laten kijken? Is het verantwoord om iemand van respectabele leeftijd bloot te stellen aan al dat postapocalyptisch over-en-weer gerij? Die vraag speelt door mijn hoofd terwijl mijn vader en ik de Noorderlaan opdraaien.
Enkele keren per jaar gaan pa en ik samen naar de cinema. We zijn er een veertiental jaren geleden mee begonnen – in de gouden tijden dat elke leegganger met een Proximusabonnement één keer per maand nog voor 3 € naar de film kon – en het was goed dat we met die kleine traditie zijn begonnen. Na de echtscheiding van mijn ouders en de jarenlange koude oorlog die eraan was voorafgegaan, was de band met mijn vader niet opperbest. Onze cinematografische uitstapjes hebben de kloof helpen dichten. Dat en het feit dat een mens wijzer wordt met de jaren. De vader van toen lijkt nog maar weinig op de milde opa die zich niet te oud voelt voor een potje lightsaberen met zijn kleinzoon.
Overigens wil iedereen nog altijd Han Solo zijn.

Aangekomen in de multiplex laat ik de keuze aan hem over. Hij moet er zelfs niet over nadenken. Wat later zien we Tom Hardy als levend bloedinfuus vastgeketend aan een autobumper. Pa’s ogen fonkelen wanneer we de zaal verlaten. ‘Waar halen ze het vandaan?’ Hij grinnikt als een schooljongen.
Slotsom, hoe oud en respectabel hij ook moge zijn, neem je vader mee naar de nummer vier in de franchise. Het houdt hem jong en de kleinkinderen zullen er wel bij varen.

Terzijde: iedereen is vol lof over Charlize Theron in die film. Ze doet dat inderdaad niet slecht. Tom Hardy ook niet, ook al doet hij een Dark Knight-je met zijn schuurpapieren stem en babbelt hij te veel voor een Max Rockatansky. Maar ik was toch meer onder de indruk van Nicolas Hoult. Hoult is die kleine met zijn lelijke truien in de Nick Hornby-verfilming About a Boy. Wel, die kleine is intussen groot geworden en mag in Mad Max een hologige slechterik spelen die van kamp verandert. Eerst is hij nog een kamikazechauffeur die zijn mond vol chroomverf spuit net voor hij zichzelf naar het Walhalla wil opblazen, nadien is hij de monteur met de goede ideeën en een halve love interest voor één van de weggelopen bruiden. En het dient gezegd: de Brit doet dat met verve.

zaterdag 6 juni
De verkeersagressie op het witte doek mag dan entertainend zijn, die in het echt is dat een pak minder. Op een week tijd maakte ik twee gevallen mee. Een week geleden werd ik nog bijna van mijn fiets geduwd door een voetganger die zich in zijn voetgangersgat gebeten voelde. Het was een geval van hij-was-in-zijn-recht-maar-ik-ook en daarom was die por onnodig, zeker als je als fietser in die straat op luttele centimeters tussen tramspoor en trottoirrand moet laveren.
Vandaag is het op de pendelbus tussen de stations van Lokeren en Sint-Niklaas weer prijs. Halverwege drukt een schouderloze Waaslander op het belknopje en begeeft zich naar de deuren. Natuurlijk stopt de bus niet – het is immers geen lijnbus – maar dat had de Waaslander niet zo begrepen. Hij roept vriendelijk of deine chauffeur wilt stoppen astamblief. De chauffeur roept iets terug. Daarop roept de Waaslander weer iets terug. Na een halve minuut verbaal gepingpong besluit de Waaslander dat deine chauffeur nen Turk is en hij nen Belg en dat hij het toch vriendelijk gevraagd had.
Tja.
Ik maak het op de werkvloer ook regelmatig mee: wanneer de Belg zijn goesting niet krijgt, kan hij het niet laten zijn ranzige, racistische onderbuik te tonen.
Op veel bijval hoeft hij gelukkig niet te rekenen. De rest van de bus verzoekt hem vriendelijk te bedaren. Wat er aan het station van Sint-Niklaas is geschied, kan ik je niet vertellen. Per slot van rekening had ik een trein te halen.

Tussen haakjes: ik heb inderdaad een werkvloer. In eerste instantie ben ik schrijver. Daarnaast verdien ik mijn brood met mijn parttime hobby in de sector van de sociale kredietverlening. Doch dit geheel terzijde.

zondag 7 juni
Het is gebeurd. Na het gesprek dat ik een maand of wat geleden met mijn uitgever voerde, heb ik het eerste deel van mijn boek herschreven. Nu ik beide versies naast elkaar leg, valt het me toch weer op hoe weinig versie vier op versie drie lijkt. Driekwart verdween in de papiermand. Dat laatste zal ik maar voor mezelf houden of mijn boek geraakt weer niet verkocht. Hoe vaak ik in de vriendenkring ook verkondig dat schrijven in eerste instantie herschrijven is, de vrienden vertrouwen het zaakje niet. Een bende atheïsten bij elkaar en toch blijven ze geloven in de mythe van de oorblazende muze en de goddelijke ingeving. Ze weten nochtans dat de tekenaar van Guust Flater ook een gom op tafel had liggen. Ze weten nochtans dat Sam Dillemans zijn canvas bijwijlen flink wat verflagen vertoont. Enfin, daar heb ik vroeger al over geraaskald.

donderdag 11 juni
Op een terras in de ochtendzon. Terwijl ik uitteken hoe ik de deel twee van versie drie in versie vier aan spaanders ga hakken, doet de lerares aan een naburig tafeltje haar beklag over haar collega’s. Het dient gezegd: ze komt behoorlijk eloquent uit de hoek. Haar gesprekspartner luistert aandachtig en krijgt er geen speld tussen. Wanneer dat toch gebeurt, en ze iets zegt in de trant van “er moet toch iemand aan de kar trekken”, komt het antwoord van de overkant meteen en zonder verpinken.
Dat haar hoefijzers er compleet versleten van waren, van al dat aan de kar trekken.
Nee, die had ik niet zien aankomen. Ik was niets aan het zeggen en toch sprakeloos.