Tony Soprano en ik

Tony Soprano

Wat nu, Bontenakel? Dat laatste blogbericht dateert alweer van mei en dan was het nog die gerecycleerde VERZIN-column. Tong verloren?
Klopt, deze jongen is enkele maanden lang sprakeloos geweest. Een woordje uitleg.

Wie The Soprano’s heeft gezien, herinnert zich van de eerste aflevering dat Tony in de steek wordt gelaten door de eendenfamilie die zich in zijn zwembad had genesteld en dat hij tijdens een barbecue een paniekaanval krijgt. Enter dokter Melfi, de psychologe.

Ik stond geen eendjes in het zwembad te voeren toen ik in mei mijn eerste paniekaanval kreeg en tenzij mijn vader iets voor me achter houdt ben ik ook geen capo van een mafiafamilie. Ik kan je wel vertellen dat zo’n aanval behoorlijk… heu… angstaanjagend is, zeker als het je in het midden van de nacht overkomt. Ik dacht verdorie dat ik een beroerte kreeg en was dan ook ten zeerste opgelucht toen die eerste merel ’s ochtends begon te fluiten.

Er is een fijne stripreeks die De dagelijkse worsteling heet. Dat zijn de maanden juni en juli voor mij ook geweest – een worsteling. Twee maanden lang heb ik geen letter geschreven, heb ik weinig tot geen kranten gelezen, geen enkele WK-match van de Belgen gezien (nee écht, geen enkele), en kon de hele online-carrousel me vierkant gestolen worden. Het is waar wat ze zeggen: zodra de gezondheid het laat afweten, worden een heleboel dingen een pak minder belangrijk. En op een dag zat ik huilend bij de dokter en kon ik maar één ding zeggen: ‘ik wil mijn leven terug.’

Het duurde even voor de diagnose bevestigd werd en in die tijd heb ik de sociale zekerheid flink op kosten gejaagd met mijn huisartsabonnement en ziekenhuisbezoeken. Over beroertes hoef ik me de eerste jaren geen zorgen te maken. Nee, het probleem zat tussen mijn twee oren. Zonder in details te treden kan ik het als volgt samenvatten: ik had met de jaren meer zorgenkinderen geadopteerd dan mijn lichamelijke huishouding aankon. Ik ben nu eenmaal een piekeraar. En een controlefreak. En als je overdag werkt en na de uren schrijft en na de schrijfuren nog een toerke wilt gaan lopen en een weblog en een Facebookpagina wil bijhouden… Dat zijn een hoop ballen waarmee je moet jongleren en die zijn in mei allemaal tegelijk op mijn kop terechtgekomen.

Net als Tony Soprano heb ik nu mijn eigen Jennifer Melfi om tegen te emmeren. Emmeren helpt. Sinds een week of drie voel ik me beter en kan ik opnieuw een beetje mee in de vaart der volkeren. Hoera, ik kan weer boeken beginnen schrijven! Hoera, ik mag weer op de online-carrousel!

Bij deze.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *