21ste-eeuwse strandjutters – een VERZiNcolumn

klein met kader

Het is weer even geleden dat u nog iets van me gelezen heeft op deze pagina. Daar komt binnenkort verandering in, maar over het “WTF?” en het “what’s he on about?” laat ik u nog even in het ongewisse. Houd de website gewoon wat in de gaten tijdens de lentemaanden.

Iets anders nu. Sinds kort ligt VERZiN n° 2 – dossier misdaadverhalen – in de rekken van boekhandels en bibliotheken. Dit keer mocht ik niet enkel de column verzorgen maar ook voor onderzoeksjournalist spelen. Wie wil weten waarover: lees het nummer.
Intussen loop ik wat achter in het aanbieden van eerder verschenen columns. Deze, uit de VERZiN n° 2 van 2015 (exact een jaar geleden) had u nog van me te goed. Bij deze.

In de documentaire Ten noorden van de zon zie je ze neerstrijken op een afgelegen eiland voor de kust van Noord-Noorwegen. Ze bouwen een hut uit wrakhout en stenen. Een aangespoeld olievat wordt een kachel. Water halen ze uit de beek en in hun proviandkast staan blikken met een verstreken vervaldatum. Twee jongens van twintig zijn het, gekleed in Jack Wolfskin en Timberland en voorzien van een zonnebril die bij hun kwajongensgrijns past. Je ziet hen surfen op de ijzige golven, paragliden, snowboarden. Maar de twee zijn niet naar het noorden van de zon gereisd om extreme sporten te beoefenen. Ze overwinteren er om één baai van het eiland schoon te maken en schoon te hóuden. Daar hebben ze hun handen mee vol want elke ochtend spoelt er nieuwe rommel aan – dobbers, netten, glas, blikjes, plastic, plastic, plastic.

Boven de poolcirkel gaat het licht uit in de winter. Op een avond zien ze de zon voor het laatst. De volgende dag slepen ze het aangespoelde afval in het schemerduister aan. Maar ze volharden. Extase wanneer de zon voor het eerst weer op hun gezichten schijnt.

Negen maanden later haalt een helikopter het afval op. Drie ton (!) hebben ze verzameld. Drie ton droesem uit de fles van de homo oeconomicus die anders als tandplak over de ongerepte baai lag uitgesmeerd.

Die schrijvers die een boekje willen plegen over hun maand in deze of gene schrijversresidentie of over hun tandemtrip door Maleisië, bespaar u dus de moeite. In de eenentwintigste eeuw staat de buitengewoon grote voetafdruk van de mens reeds in de meest onherbergzame gebieden van de planeet. Sterker nog, dankzij Cheap Tickets, Google Earth en de cultuurreizen van het Davidsfonds is iedereen er zelfs al geweest.

De twee jonge surfers zijn niet de enige die hun hart verloren hebben aan de koude kusten. Onderweg naar de Noordkaap las ik Baaien, boeken, boten van de Nederlander Eerde Beulakker over de zeilreis die hij in 2000 langs de Noorse kustlijn ondernam. Het is een verhaal van beschuiten en zeeziekte, van wolkenarchitectuur en lompe gesprekken. Voor diepgravende inzichten in de Noorse cultuur of heroïsche verhalen over de strijd tegen de elementen moet je het boek niet lezen. Wel voor de puntige en vaak geestige toon. En omdat het boek vooral inzicht wil bieden in de mens Beulakker zelf.

Het is moeilijk maar niet onmogelijk: een goed reisboek schrijven in de eenentwintigste eeuw.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.