brandweerwagen

Deze column las u reeds in het laatste nummer van
het t
ijdschrift VERZiN (april-mei-juni ’14). Toch niet?
Ha, lees hem dan hier.

‘Wil je nog een verhaaltje vertellen, alsjeblieft?’

Tien jaar al woont mijn zuster met haar man in China. Ze vond er werk, kreeg het er aan de stok met de politie, werd er moeder van een zoon – mijn petekindje. Dat ik het hele expat-verhaal op gemengde gevoelens onthaal, hoef ik aan geen enkele achterblijver uit te leggen, maar daarover gaat dit stukje niet.

Elke zondag kijken we door een Skype-venster naar elkaar, mijn petekindje en ik. Ik vraag naar zijn belevenissen, hij bedelt om een verhaaltje. En als het om verhaaltjes gaat, is het vierjarige kereltje bepaald kieskeurig. De plot moet draaien om spoken, treinen of piraten en de hoofdrol dient vertolkt door een van zijn helden du jour. Zo komt het dat de Leeuwenkoning al eens betrapt wordt in de stuurcabine van een drietrapsraket en dat Winnie de Poeh een keer op de vlucht sloeg voor een verschrikkelijke vanillesneeuwman uit Friscoland.

Een keer poogde ik het over een andere boeg te gooien. Ik sloeg een door Judith Vanistendael geïllustreerd kinderboek open en begon voor te lezen. Hij onderbrak me nog voor ik goed en wel begonnen was. De mayonaise pakte niet. ‘Nonkel, het verhaal moet wel uit jóuw hoofd komen.’ Want, mijn hoofd: jongensboekenhoofd.

Met Kerstmis was hij hier, tot grote vreugde van zes grootouders (samengestelde gepensioneerden en gezinnen – lang verhaal) en één vertelnonkel. Op de laatste dag zaten hij en ik gebogen onder de speeltafel, op dat moment geen tafel maar een brandweerwagen. Hij achter het stuur, ik met de spuit in de aanslag. Het was een lange rit en mijn niet meer zo buigzame lijf was blij dat we het brandende huis bereikt hadden. Ik kroop dan ook als de vliegende bliksem vanonder de tafel vandaan, en wilde net de denkbeeldige brandladder oplopen, toen hij aan mijn mouw trok. ‘Nonkel, je bent wel door de voorruit gekropen!’ De verontwaardiging in zijn stem kon een vanillesneeuwman doen smelten. Hij had gelijk. Ik had geblunderd. Met zijn suspension of disbelief niet langer opgeschort, bevonden hij en ik ons niet meer in Pyromania maar in zijn doordeweekse slaapkamer.

Ik excuseerde me uitgebreid en verschanste me weer onder de tafel. Zoals het een goede spuitgast betaamde, gebruikte ik ditmaal het portier om uit te stappen. Toen pas ging het sapperlootvingertje weer naar beneden.

___________
In VERZiN vind je interviews met bekende en minder bekende schrijvers, info over literaire tijdschriften, schrijfcursussen, recensies, en columns van de hand van deze ouwe jongen. Meer info vind je hier.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.