Eelt – een Verzincolumn

De nieuwe Verzin heeft intussen postgevat op nachtkastjes en toiletspoelbakken. Naast een gesprek met Johan de Boose over leven en schrijven bevat het nummer een kloek dossier over sciencefiction. Een nieuwe Verzin betekent automatisch ook een oudere column op deze site. Over de schrijver op zijn kwetsbaarst.

“Ek zweer het moat, gij schrijft just lijk diene Murakami.” In het leven van elke schrijver komt er een moment waarop je geen rekening meer kunt houden met het oordeel van de mama, de vrienden of het lief. Je bent gaan beseffen dat goed en goedbedoeld niet hetzelfde is, je wilt méér, je hunkert naar het oordeel van iemand die doorkneed is in de letteren. En zodra je die initiële schroom overwonnen hebt, trek je met je schrijfsels de wereld in. Het is de schrijver op zijn kwetsbaarst.

Met een beetje geluk kruist Samuel Beckett je pad, het is te zeggen, iemand die dezelfde principes huldigt. De jonge Ierse schrijver Aidan Higgins stuurde de Nobelprijswinnaar in 1958 een kortverhaal, in de hoop opgepikt te worden. Beckett vond het verhaal te min voor publicatie, maar schreef een mooie brief vol constructieve feedback terug. Higgins bekende later aan een vriend dat de brief hem wellicht meer had geholpen dan daadwerkelijke publicatie.

Heb je pech dan kom je in de klauwen terecht van een parvenu als J. De Witte. Ken je hém nog, die leeggemolken teelbal die in voorjaar 2015 carte blanche van de krant De Morgen kreeg om de nieuwe generatie schrijvers een mes in de rug te steken?

Ik had geluk. Eén, omdat ik een laatbloeier was en mijn ziel inmiddels voldoende eelt had gekweekt om in de SchrijversAcademie de sloophamer van Mark Insingel te overleven. Ten tweede omdat ik op krèk dezelfde plek feedback kreeg van mensen als John Vervoort, Erik Vlaminck en Marc van Alstein – allemaal Becketts in het diepst van hun gedachten. Een medestudent was minder fortuinlijk. Net als ik had Eli de Insingel overleefd, maar hij kreeg in het tweede jaar alsnog te maken met een J. De Witte. Eli had hard gewerkt aan dat kortverhaal van hem en die avond was hij aan de beurt om het voor te lezen. Ik keek ernaar uit – Eli schreef goeie dingen. Maar Eli daagde niet op. ‘We zijn hem kwijt,’ legde de docent die avond uit. Hij las de mail voor die hij eerder die dag had ontvangen. Eli had het verhaal aan zijn vrouw gegeven, een door de wol geverfde journaliste. Ze had zijn verhaal door de hakselaar gehaald. Haar oordeel kwetste hem diep maar hij gaf haar gelijk. Het zou nooit wat worden met de letteren. Hij gaf er de brui aan. In de zeventien jaar die intussen zijn verstreken, heb ik niets meer van hem vernomen.

Feedback geven, een verpletterende verantwoordelijkheid.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.