over writer’s block

Drie films en hun korte inhoud. Wees gerust, ik verklap het einde niet.

Ruby Sparks – Paul Dano speelt een jonge schrijver die – na het doorslaande succes van zijn debuut – geen letter meer op papier krijgt. Hij klooit wat rond in zijn veel te minimalistisch aangeklede huis, gaat fitnessen met zijn broer en voert oeverloze gesprekken met zijn psychiater. Tot hij ontwaakt uit een droom over een ontmoeting met een mooie, jonge vrouw. Hij springt uit bed, loopt naar zijn bureau en hamert pagina na pagina uit zijn schrijfmachine.

Wonder Boys – Michael Douglas is een professor/schrijver. Overdag doceert hij creatief schrijven, ’s avonds geeft hij drankfeestjes in zijn living. Tussen de slemppartijen door probeert hij zijn tweede roman af te werken. Jammer voor hem krijgt hij – jawel – geen letter op papier en zwerft hij voornamelijk in peignoir rond.

The Shining – Jack Nicholson sleept zijn vrouw en zoontje mee naar een gesloten hotel in de bergen van Colorado. Wellicht bent u het vergeten – u herinnert zich vooral dat jongetje op zijn driewieler, die meisjestweeling die u tot op de dag van vandaag de stuipen op het lijf jaagt en wat voor een irritant mens Shelley Duvall wel was – maar alvorens Jack met een bijl aan de slag ging, was hij een schrijver die kampte met een writer’s block.

Voor de vuist weg vallen er nog een rist andere titels aan dit lijstje toe te voegen – Adaptation, Barton Fink, om nog maar te zwijgen over de strapatsen van David “Hank Moody” Duchovny in Californication. Om het met Jeroen Olyslaegers te zeggen: “Niets zo cinematografisch verantwoord als een schrijfkramp.” Als Hollywood een schrijver laat opdraven, dan staart hij zich gegarandeerd te pletter op de leegte van het witte blad. De remedie is nochtans simpel. Als Jack Nicholson nu gewoon met pen en papier en een thermos koffie aan de keukentafel was gaan zitten, zijn hoofd had leeggemaakt en zijn schrijfritme had hervonden, dan waren er geen slachtoffers gevallen. Maar dan hadden we in de zaal zitten kijken naar een krabbelende, schrappende, puffende en blazende, neuspeuterende, zijn gelaatstrekken in allerhande bochten wringende figuur die we enkel zouden zien opstaan om naar het toilet te rennen zodra de laxerende werking van de koffie intrad.

Kortom, leve de man of vrouw die de schrijfkramp uitvond, alleen heeft het weinig uitstaans met de werkelijkheid.

Toegegeven deel één, in Misery valt er geen writer’s block te bespeuren, maar James Caan krijgt wel een houtblok tussen zijn benen gepropt net voor de sloophamer er aan te pas komt. Toegegeven deel twee, zowel Wonder Boys als The Shining zijn verfilmde romans van respectievelijk Michael Chabon en Stephen King. Voor auteurs die over het vermaledijde writer’s block schrijven, hebben ze echter behoorlijk wat titels op hun palmares.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
Facebook
Instagram